9 Juni 2015

Na anderhalve week afwezigheid heb ik voorafgaand aan deze vissessie twee dagen achterelkaar gevoerd. De eerste dag 3, cialis 5 kg 24 mm RRF boilies van SunriseBaitService die ik 24 uren in de zelfgemaakte soak heb geprepareerd en 4 kg mini-aas bestaande uit gekookte maïs en tijgernoten. De tweede dag heb ik hetzelfde gedaan met dien verstande dat ik maar 1,5 kg 24 mm RRF boilies heb gevoerd. Ik moet nu eenmaal rekening houden dat de karpers niet of minimaal aanwezig zijn. Als ik de tweede dag net zoveel voer als de eerste, loop ik het risico dat er teveel bollen blijven liggen. Achteraf gezien had ik tijdens de eerste voerbeurt ook de hoeveelheid bollen moeten beperken. Het werkt alleen als er een dag tussen zit. Kortom, slechte planning of voorbereiding.

SONY DSC

Omdat de lijnen van twee hengels tijdens de vorige sessie zwaar beschadigd zijn, heb ik gisteren beide spoelen van nieuwe monolijnen en voorslagen voorzien. Ik had het idee dat één hengel voldoende zou zijn, maar inspectie van de andere spoelen leerde mij dat ook de lijnen van de tweede hengel erg gerafeld waren. Had ik een paar weken geleden deze lijnen ook al vernieuwd, nu kon ik niet anders omdat die vermaledijde kruiser door mijn lijnen was gevaren. Al met al een duur en tijdrovend grapje.

Het weer in Nederland is de laatste weken bedroevend slecht. Een halve week geleden liep in één dag het kwik op naar bijna 35 graden, de afgelopen twee dagen lijkt Koning Winter op de loer te liggen. Vandaag komt het kwik niet boven de 11 graden uit. En de voorspellingen zijn dat aan het einde van deze week de temperatuur weer zal stijgen naar bijna 30 graden. De natuur is volledig van slag, en dat voor de tweede week van juni.

SONY DSC

Tegen half vijf ben ik op de stek aanwezig en een half uurtje later heb ik de drie hengels op de gewenste plekken te liggen. De wind komt uit het noorden en is zoals eerder gezegd, is het erg fris. Hoewel het zwaar bewolkt is, zal een uur of wat later de bewolking wegtrekken en wordt het een blauwe lucht. Gedurende hele avond heb ik last van meerkoeten die mijn bollen opduiken. Nu valt mij wel op dat ze in 3 uren tijd maar 3 keer een boilie weten te vinden, tenminste voor zover ik dat heb kunnen zien. Ook zie ik dat buiten mijn plekken waar ik mijn aas heb liggen, een meerkoet een boilie weet te rapen. Op zich vinden ze er niet veel, wat mij overigens wel enigszins verbaasd. Ik heb de voorgaande twee dagen rijkelijk gestrooid en natuurlijk hebben die zwarte beesten in de tijd erna een aantal bollen ‘geruimd’ maar nooit allemaal. Ik kan dan ook niet anders concluderen dat er karpers op de stek actief zijn geweest want vijf meerkoeten ruimen niet 5 kg bollen op in twee dagen tijd. En daarnaast als er nog restanten liggen van voorgaande dagen, dan hadden ze nu toch op de gehele strook van honderd meter regelmatig bollen kunnen vinden? Het doet mijn vertrouwen goed. Maar vissen blijft vissen.

De watertemperatuur is afgelopen dagen ook weer gaan dalen. Was die twee dagen geleden nog 21 graden plus, vandaag geeft de thermometer 17,1 graad aan. De nachten zijn koud en dit weekend heeft het in sommige delen van Nederland zelfs twee graden gevroren. Dat de watertemperatuur daardoor ook gaat dalen, lijkt me meer dan logisch. En met die koude noord/noordwesten wind gaat het dubbel op. Ondanks mijn gemiddelde optimisme, moet ik wel reëel blijven en weldegelijk rekening houden met het feit dat de weersinvloeden groter zijn dan verwacht.

Terwijl ik hier in Noord Nederland zit te bikkelen voor mijn vissen, zie ik op internet de ene naar de andere successtory verschijnen. Leuk voor de karpervissers dat ze de grote vissen op de mat krijgen. Ongetwijfeld zullen ze er hard voor moeten werken. Maar tegelijkertijd doet het me beseffen dat de kilorace met de dag erger wordt. Spraken we vroeger in ponden, nu moet je de gewogen vissen in kilo’s labelen. Ik ben eentje van de oude stempel en blijf de gewichten in ponden vermelden. Aan de andere kant hecht ik er weinig waarde aan. Ik vind het getal “veertig” nog steeds een magische lading hebben. Niet zozeer voor de hangbuikzwijnen die door bijvoedering in (te) kleine wateren worden vetgemest waar ze allemaal veertig kilo plus moeten gaan wegen. Nee, voor mij is het gewoon veertig pond. Ik droom regelmatig van een veertig ponds karper uit de Friese Boezem. Kijk, ze zwemmen hier wel op een paar karperputten. Door in te graven en uren te kloppen, vang je die vanzelf wel. Maar daar zit voor mij de uitdaging niet in. Ik krijg altijd een raar gevoel in mijn maag als ik over de uitgestrekte meren kijk en filosofeer over wat er in mijn blikveld zou kunnen zwemmen. Natuurlijk zwemmen er karpers, alleen is de vraag waar precies en hoe groot die vissen mogelijk zijn. Dit hoort natuurlijk ook bij het vissen; lekker dagdromen over wat zou kunnen gebeuren. Voorpret zullen we maar zeggen.

De waarde van een vangst bepaal jezelf. Hoewel het natuurlijk heel lekker is om na een lange weg van hard en intensief vissen een bak van een karper op je mat te hebben liggen, is mijns inziens juist de weg er naartoe het belangrijkst. Alle facetten zoals voorbereidingen, tegenslagen en dergelijke maken de uiteindelijke vangst. Oké, soms heb je mazzel en is het gewenste resultaat binnen enkele uren of dagen te realiseren. Zonder geluk vaart niemand wel. Maar een beetje afzien maakt dat de smaak na de vangst een stuk zoeter is.

SONY DSCHoewel ik alleen maar serieus aan het vissen ben, is Arjan daarentegen af en toe ‘sociale’ vissessies aan het maken. Zo heeft hij een week of wat geleden samen met Mike Brown gevist. Hij is de Salesmanager Benelux van CC Moore. Best wel grappig dat twee concurrenten in de lokale markt samen gaan vissen. De twee nachten die er werden gevist, leverde twee vissen op: een graskarper en een SKP spiegel. En natuurlijk verder alleen maar lekker eten en slap ouwehoeren in het Engels. Ik ben ook een avondje aangesloten en een stuk wijzer geworden over de Engelse karperscene. Blijkt dat al die firma’s prima met elkaar samenwerken ondanks dat men zakelijk concurrent van elkaar zijn. En trouwens, die Mike kan prima foto’s maken. Mag ook wel met zo’n dure Canon.

SONY DSC

Als ik internet wat afstruin, kom ik veel karperteams, karperclubjes en karpercommunity’s tegen, al dan niet met een commerciële inslag. Het ligt natuurlijk een beetje aan de doelstellingen, maar in den regel zie je dat karperteams aan merken zijn gelieerd. M.a.w. men wordt gesponsord door een bepaald merk aan karpermateriaal of zakken boilies/aas. Daar is natuurlijk niks mis mee. Als iemand dat een verrijking vindt voor zijn eigen visserij, ga je gang. Maar vaak zie je ook dat zo’n team of community om één “leider” draait. Hij is de grote man en de rest van de teamleden faciliteren hem. Dat laatste is natuurlijk cynisch bedoeld. Met social media van tegenwoordig kun je zo’n persoon dan ook makkelijk hypen. Vriendjes uit de hele wereld verzamelen op Facebook en daar dan een bepaalde waarde (status) aan hangen. Maar wat is die waarde dan? Vistechnisch? Vangsttechnisch? Of commercieel?  In geval van de eerste twee kunnen teamleden elkaar helpen een betere visser te worden en als de leider daar het meest van profiteert doordat hij of zij de meeste tijd heeft om te vissen, tja, dan is dat zo. Maar in het derde geval wordt het wel een beetje bijzonder. Dan creëert zo’n iemand een eigen podium om zichzelf in de kijkert te spelen bij bedrijven om daarna volledig gesponsord te worden. Er wordt door diegene van alles beloofd wat hij/zij wel niet kan betekenen voor dat bedrijf. De omzetten gaan met sprongen omhoog als hij/zij gesponsord wordt. Geloof je dat? Ik niet. Wat je dan vaak ziet, is dat diegene heel snel met mooie foto’s komt waarop het gesponsorde materiaal zichtbaar is en  daarna verschijnt er uiteraard een artikel op een website of in één van de verschillende karpermagazines. En na een tijdje wordt dat minder en minder totdat het contract dreigt af te lopen. Dan wordt nog even snel de marktwaarde geactiveerd en is weer een jaar lang gratis vissen gewaarborgd.

Bovenstaande is natuurlijk wat overdreven en simplistisch gesteld. Toch werkt het zo in de praktijk. Kijk je naar bijvoorbeeld de echte sportteams of individuele sporters, dan valt mij op dat deze mensen een absolute meerwaarde moeten hebben voor een merk om gesponsord te worden. Als zo’n sporter bijvoorbeeld vaak op televisie verschijnt tijdens wedstrijden of af en toe gast is in talkshows of iets dergelijks, dan associëren mensen  zich met dat merk. Kijk maar naar jonge voetballertjes. Die lopen bijna allemaal in shirtjes van Barcelona met daarop natuurlijk de sponsornaam. De merchandising is fenomenaal. Hoe anders is dat in de karpervisserij. Ik begrijp dat niet. Als je als firma wilt werken aan je naamsbekendheid, dan zoek je toch iemand die daadwerkelijk een meerwaarde heeft? Niet iemand die wel een potje kan hengelen, maar niet bekend staat om zijn schrijverskwaliteiten of sociale vaardigheden? Als ik eigenaar was van een firma of als commercieel manager zou ik een potentiële kandidaat toch echt vragen om zijn portfolio/CV. Aansluitend zou ik een contract opstellen wat diegene minimaal moet doen en wat zijn/haar bijdrage aan de gewenste omzetstijging zal zijn. Als diegene je op jaarbasis – en ik noem een symbolisch bedrag – € 10.000,- kost, dan mag je toch eisen dat hij/zij het vijfvoudige gaat opleveren? En dan heb ik het niet over het af en toe op de firmastand staan op één van de vele karpershows. Nee, dan vraag je veel meer, vooral in activiteit en beschikbare tijd. Ik zie helaas teveel vrijblijvendheid en het woord ‘gratis’ lijkt sommige gesponsorden op het voorhoofd geschreven te staan.

Terug naar de vissessie. De hele avond is het stil. Geen teken van leven en ook de meerkoeten houden het tegen half elf voor gezien. Gedurende de avond zijn ook maar drie boten mij gepasseerd. Het koude weer zorgt er blijkbaar voor dat ook verstokte watersporters binnen blijven. Een uurtje later heb ik spijt dat ik mijn warmtepak thuis heb gelaten. Nou ja, eerlijk gezegd ben ik het gewoon vergeten mee te nemen. De luchttemperatuur daalt tot flink onder de tien graden en hoewel de slaapzak lekker warm zal aanvoelen, zal het bij een eventuele nachtelijke aanbeet de kou goed voelbaar zijn. Ik moet vooral niet gaan klagen (dat doen we structureel toch wel over het weer in Nederland)  en juist hopen dat ik regelmatig uit de slaapzak wordt gefloten. Ik hoop het.

Tegen half één lig ik in dromenland. Ik slaap wat onrustig. Waarom weet ik niet. Net voor vijven zie ik dat het al flink licht begint te worden. Ik lig prima in de slaapzak. Ik besluit mooi om te blijven liggen en tracht verder te maffen.

Om net geen tien over vijf krijg ik twee piepen op de rechter hengel. Snel uit de slaapzak, sloffen aan en naar buiten. Ik zie de rechter hengel al doorbuigen en de vrijloop begint te tikken. Een seconde later sta ik met een kromme hengel in de handen. Even tikt de slip. Ik voel een aardig log gewicht naar rechts koersen, weg van de onderwater obstakels. De hengel staat in een flinke curve, maar de slip houdt zich stil. Vreemd want de kracht die de vis op het materiaal uitoefent is best wel pittig. Toch kan ik beetje bij beetje lijn winnen. Uiteindelijk keert de vis en zwemt naar links. Helaas heb ik nog flink wat lijn uitstaan en loop toch nog het risico dat de karper de rieten op links kan bereiken. Ik voer de druk voorzichtig op en kan vervolgens een paar meter lijn winnen. Op het moment dat ik de lijn richting de rieten zie gaan, voel ik de lijn ergens tegen aan schuren. Gelukkig duurt dat twee seconden en is de vis los. Deze zwemt verder naar links.

Ik moet de hengel onder de twee andere stokken door manoeuvreren en dat gaat zonder problemen. Op z’n twintig meter afstand blijft de karper diep zwemmen. En hoe langer het duurt in combinatie met een log gewicht, stijgt ook de hoop dat ik met een beter exemplaar heb te maken. Toch wil ik niet te vroeg juichen. Stel je voor dat ik hem alsnog verspeel. Met die gedacht zet ik de slip wat losser, zeker nu ik de voorslagknoop op de spoel heb zitten. De dikke voorslag zorgt voor meer wrijving in de geleideogen.

De karper zwemt in een bocht om de boot heen en aan de achterzijde zie ik in het heldere water voor het eerst de contouren van de karper. Ik zie een klein formaat spiegel. Een lichte teleurstelling doet zijn intrede. Verdorie, ik had toch echt het idee met een groter exemplaar van doen te hebben. Het voelde toch echt zwaar en log aan. Ben ik mijn ‘touch’ aan het verliezen?

SONY DSCNa wat rondjes onder de top moet de spiegel het uiteindelijk opgeven en ligt hij na negen minuten drillen in het net. Pas als ik het schepnet optil, merk ik dat mijn gevoel mij niet in de steek heeft gelaten. De lengte van de spiegel staat niet in verhouding tot het gewicht en ven later is het verdict duidelijk: 74 centimeter en 22 pond en 2 ons. Simpel gezegd: een dikkertje. En aangezien het een mooie twintigplusser is, maak ik even later een paar foto’s met de zelfontspanner.

Na het terugzetten van de karper is het snel onderlijn vervangen en opnieuw uitvaren. Wellicht zwemmen er meer. Het viel me trouwens wel op dat de spiegel wat boilieprut uitscheet; die heeft dus al een dag eerder van de bollen lopen snoepen. Dit in combinatie met de paar meerkoeten doet mij toch vermoeden dat er meer kapers op de kust zijn. Daarom maar de hengel snel uitgevaren en op dezelfde plek gedeponeerd.

SONY DSC 

In de uren daarna slaap ik wat en valt er verder weinig te beleven. Ook is het erg rustig met boten en laten zelfs de roofvissers het afweten. Het zonnetje daarentegen maakt het weer een stuk aangenamer en met een kop koffie in de hand zie ik de rode bol steeds verder boven de horizon stijgen. Tegen elven hou ik het voor gezien. Vaar nog even over de stekken en strooi in een lange en brede strook 2,5 kg bollen en 3,5 kilo mini-aas. Hoewel er waarschijnlijk weinig vissen scharrelen, wil ik de stekken wel goed onderhouden. Er komt vast een dag dat een school karpers hier neer gaat strijken. Dan moeten ze wel redenen hebben om te blijven hangen. We zullen zien.