Gisteravond naar Bilthoven gereden voor een bijeenkomst van de Projectgroep Beeldherkenning. In deze projectgroep zitten Pieter Beelen, Remko Verspui en Jan Kamman van Sportvisserij Nederland, Paul Hendrikx (aankomend voorzitter) van DE KSN, Joris Weitjens en ik namens de BVK. De bijeenkomst had een verkennend karakter om de wensen en mogelijkheden in kaart te brengen. Waar gaat het eigenlijk over?
De afgelopen 15 jaren zijn heel wat spiegelkarpers van allerlei rassen in de openwatersystemen van Nederland uitgezet. In de Friese Boezem zijn meer dan 10.000 stuks uitgezet. Omdat het merendeel zwak beschubd is (Duitse en Franse spiegelkarpers), zijn deze in het uitgebreide bestand zo goed als niet terug te vinden. En zoals iedereen wel weet, is het matchen van vangstfoto’s met de plankfoto’s van essentieel belang willen we inzicht krijgen in de groei en migratie van de karpers, nog los dat het iets kan zeggen over de waterkwaliteit.
Afgelopen jaar is het gelukt om een student te interesseren voor een afstudeerproject om beeldherkenning mogelijk te maken vwb spiegelkarpers. Deze student studeerde aan de faculteit Kunstmatige Intelligentie aan de Universiteit van Amsterdam. Om onduidelijke redenen is hij niet verder gegaan met deze afstudeeropdracht.
Een paar weken geleden was ik met Jan Kamman in gesprek over de verschillende SKP’n in Nederland en die van de Friese Boezem in het bijzonder. Ik gaf aan dat ik niet meer terugmeldingen terugzoek als het ‘kale’ spiegels betreft. Het kost mij dagen om de bestanden te doorzoeken nu gebleken is dat de uitgezette spiegels behoorlijke afstanden afleggen. Omdat het ook voor biologen en ecologen interessant wordt om deze data te verzamelen, is voor Sportvisserij Nederland van wezenlijk belang dat er data wordt verzameld omdat je daarmee conclusies kunt trekken en daarvoor beleid kunt maken (beetje kort door de bocht zoals ik het stel, maar ik hoop dat het duidelijk is). Ik heb tegenover Jan de wens uitgesproken dat ik, en met mij velen, de noodzaak zie dat er software wordt ontwikkeld die het matchingproces van ons overneemt. Tegenwoordig is er software voor vingerscans, DNA vergelijking en gezichtsherkenning. Daar hangen aardige bedragen aan die door de hengelsport niet is op te hoesten.
Tot mijn verbazing kwam Jan een week later met het voorstel om eens om tafel te gaan om te inventariseren wat nu precies de wensen zijn. In goed overleg heb ik besloten om ook Joris Weitjens hierbij te betrekken aangezien hij toch min of meer de godfather van alle SKP’n in Nederland is. Joris kwam meteen met Paul op de proppen omdat die beroepshalve nog wat ingangen heeft bij Universiteiten en bedrijven die zich met softwareontwikkeling bezighouden. Zodoende dat we gisteravond bij elkaar zaten.
Tijdens de bijeenkomst werd mij al snel duidelijk dat Paul al enkele stappen op ons voorlag. Helemaal niet erg; dat scheelt weer uitzoekwerk. Ik wil hier nog niet op de zaken vooruitlopen, maar als het lukt om landelijk budget te generen, dan is het heel goed mogelijk dat een bedrijf tegen kostprijs voor ons speciale beeldherkenningsoftware gaat ontwikkelen. Of het lukt is een tweede want onze eisen zijn hoog en het gaat om echt grote bedragen die niet zomaar op te hoesten zijn. Maar stel je nou eens voor. Je vangt een prachtige spiegelkarper. Je maakt een goede foto en via de Mijn Vismaatapp upload je de foto. Een paar minuten later krijg je een bericht terug dat het spiegelkarper nummer zoveel betreft die daar en daar is uitgezet in jaar zoveel bij een lengte en gewicht puntje puntje. Daarnaast hoe vaak de spiegel al eerder is terug gemeld. Prachtig toch?! En de desbetreffende SKP coördinator krijgt hetzelfde bericht. Die kan de gegevens verwerken in zijn eigen database. Het is nog heel ver weg, maar ik word nu al enthousiast bij de gedachte.
Gisteren nog voor mijn trip de stek van 20 kilo maïs (!) en 2 kilo boilies voorzien. Op de dieptemeter zag ik de laatste dagen al dat er massaal witvis op de stek aanwezig is en daarom heb ik besloten om meer te gaan voeren. Voor deze sessie heb ik twee keer in drie dagen tijd gevoerd, dus met één dag ertussen.
Vandaag waait het weer stevig en wordt windkracht 5 gemeld uit westelijke richting. Tevens overdag enkele pittige regenbuien. Dus maar weer de buienradar in de gaten houden en het juiste moment kiezen om de spullen in de boot te laden en naar de trailerhelling te rijden. Halverwege de middag is het gelukkig droog en ben ik vlot onderweg. Ook nu weer – en daar verbaas ik mij toch echt over – is er geen andere auto met trailer te bekennen bij de tralerhelling. Dus vijf minuten later heb ik de boot in het water te liggen en kan ik naar de stek varen.
Omdat ik met de wind mee kan en dus bij een bepaalde snelheid op de golven kan varen, is de reistijd een stuk korter dan gewoonlijk. Desalniettemin maak ik mij wel wat zorgen over de hoogte van de golven. Het betekent dat ik aardig op de stek ga liggen schommelen. Als ik inderdaad op de beoogde stek aankom, zie ik al dat ik een kleine uitdaging heb om de boot in de juiste positie te krijgen. Gelukkig heb ik het anker bij me en die gaat mij daarbij helpen. Tien minuten later heb ik de boot in positie, anker uitgezet en daarna op de lengte van het ankertouw de steekstokken kunnen plaatsen. Aansluitend de hengels in orde maken en uitvaren.
In eerste instantie was ik van plan om de linker en de rechter hengel te beazen met maïs. Later wissel dat om naar middelste en rechter. De linker hengel zal een 24 millimeter RRF boilie als haakaas kennen.
Als ik een uurtje heb gevist en de eerste brasems heb gevangen op de maïshengels, merk ik dat de wind iets van richting verandert. Daarnaast vis ik nu schuin naar de obstakels wat ik niet als gunstig ervaar. Dus even nadenken wat ik het beste kan doen. Ik besluit om de positie van de boot te gaan veranderen en een stuk op te schuiven. Hengels binnendraaien, kap naar beneden, steekstokken eruit en het anker ophalen. Stukje naar links verplaatsen en alles in omgekeerde volgorde wederom uitvoeren. Een half uurtje later zit ik weer scherp te vissen.
De eerste uren vang ik een paar brasems, maar eigenlijk loopt het niet hard. Na elke aanbeet schiet ik een drietal kups met maïs naar de plekken waar het haakaas ligt. Als het een kwartiertje stil blijft, herhaal ik het ritueel totdat er leven in de brouwerij komt.

De gehele avond blijft het rustig vanuit de karperactiviteiten bezien. Toch krijg ik op de rechter hengel een strakloper. Ik voel meteen na de aanslag dat er een karper aanhangt. Een kleintje weliswaar maar toch. De pret duurt een vijftal seconden en daarna ligt de haak uit de bek. Even een binnensmonds gevloek en de boel binnen draaien. Ik kan geen afwijkingen aan de onderlijn of haak ontdekken en vaar de hengel weer uit.
Voor mijn gevoel zit ik nog maar net of ik krijg twee piepen op de linker hengel. Ja die met een 24 millimeter bol eraan. Snel onder de kap vandaan, hengel van de steunen en hangen. Ik begin meteen te pompen. Deze lijn loopt scheef naar de obstakels toe en ik wil de vis geen meter geven. Ik kan in tien seconden ongeveer 15 meter lijn winnen. Slip wat losser draaien en verder pompen. Als ik voel dat de karper naar links koerst, weet ik dat de eerste slag voor mij is. Ik draai de slip nog wat losser voor eventueel snelle uitvallen. Een slimme zet want vlak daarna krijg ik een beuk op de hengel en knalt de karper er keihard van tussen. Eerst naar links en daarna onder de twee andere hengels door naar rechts. Tegelijkertijd wordt er flink wat lijn van de spoel getrokken. Er volgen nog twee snelle uitvallen en dan is het gedaan. In het rode licht van de hoofdlamp ontwar ik al snel een dikbuikige spiegelkarper. In de tweede poging heb ik de vis in het net liggen en even later binnenboord hijsen. Op de mat zie ik dat de spiegelkarper veel groter is dan ik in eerste instantie heb geschat.
Ik heb de vis nog maar net gemeten en gewogen of ik krijg een snelle zakker op de rechter hengel. Ik hang de spiegel snel in de weegzak in het water en pak de rechter hengel van de steunen. Er bungelt een brasem aan. Snel in het water onthaken en ik kan mij weer over de spiegel ontfermen. Aangezien deze groter is dan gedacht, besluit ik dat ik fatsoenlijke foto’s van deze vis wil, mede doordat ik heb gezien dat het een twotone betreft. Dus even hannesen met de bewaarzak en daarna de vis overboord zetten. Daarna de twee hengels in orde maken en opnieuw uitvaren. Even bijkomen en het logboek bijwerken: Spiegelkarper, 80 centimeter, 23 pond en 1 ons, 24 millimeter RRF met kurk, unleaded en armabraid, Wide Gape X maat 4, drie centimeter in de zijkant bek gehaakt, muurvast.
De sessie is nog niet halverwege en toch alweer een mooie spiegel in het net. Ik ben dan ook heel benieuwd wat de nacht verder in petto heeft. Ik kan me niet voorstellen dat dit de enige twee karpers zijn die op de stek rondscharrelen naast de tientallen brasems.
Tijdens het begin van de nacht wordt het behoorlijk stil op de maïshengels. Af en toe krijg ik beet wat resulteert in een gehaakte brasem. Stuk voor stuk zijn ze precies in het midden van de onderlip gehaakt. Voor mij toch wel weer de bevestiging dat de onderlijn zijn ding doet. Ik ben benieuwd of er meer karpers op de stek rondscharrelen. Gezien de hoeveelheid voer van de afgelopen dagen zal dat toch wel het geval zijn?
Om half vier krijg een piep op de linker hengel en daarna nog een piep en ik zie de swinger op en neer tikken. Ik aarzel niet en ram de hengel van de steunen en begin meteen te trekken. Ik krijg meteen beweging in het hele zaakje en voel een logge weerstand aan de andere kant van de lijn. Ook nu zo snel mogelijk lijn winnen. Dus niet wachten totdat de karper op stoom komt, maar meteen zelf het initiatief grijpen. Trekken, draaien, trekken, draaien. En zo heb ik binnen tien seconden de karper bij de obstakels weg. Daarna draai ik de slip losser omdat de karper nu wel in de gaten heeft wat er aan de hand is.
De vis zwemt mooi op de lengte van de lijn naar rechts en hoef ik niet veel te doen. Als ik de voorslagknoop door de ogen van de hengel hoor tikken, weet ik dat ik nog zo’n 20 meter te gaan heb. De karper krijgt het op de heupen. Excelleert tweemaal om daarna zich langzaam naar de boot te laten dirigeren. Onder de hengeltop blijft ie maar gaan: paar meter lijn van de spoel trekken waarna ik dezelfde aantal meters kan opspoelen. En zo gaat dat enkele minuten door. Voor mijn gevoel heb ik met een kleine karper te maken, maar de kolken die de karper in het donker aan het wateroppervlakte slaat, doet toch echt anders vermoeden. Hetzelfde geldt voor de conditie. De karper weet van geen ophouden.
Na een verbeten strijd waarin ik met bewondering de conditie en vechtlust ervaar, kan ik de karper eindelijk het schepnet in trekken. Hengel aan de kant en borgen achter een strook klittenband op de kap. Armen van het schepnet uit het spreidblok, vinnen controleren en de karper binnenboord hijsen. Ik voel dat het weer een prachtig exemplaar is.
Op de onthaakmat vouw ik het net weg en zie daar, een prachtig gebouwde spiegel. Even later weet ik hoe lang en hoe zwaar de is: 81 centimeter en 24 pond exact. Ook deze mag een uur of wat in de bewaarzak opdat ik een paar goede foto’s kan maken. Daarna een nieuwe onderlijn knopen en de boel naar de vangende plek uitvaren. Paar bollen erom heen en het wachten kan weer beginnen.

Een half uurtje later kondigt zich de nieuwe dag aan. En daarmee arriveren de scholen brasems ook op de stek. Beide hengels met maïs op de haaronderlijn worden veelvuldig gevonden en ik heb het behoorlijk druk met het binnentakelen van de brasems en opnieuw uit te werpen. Met de katapult voer ik regelmatig bij en hoe meer ik dat doe, hoe harder het loopt. Ik hoop daarmee niet alleen de brasems te activeren, maar daardoor ook de eventueel aanwezige karpers. Tussendoor neem ik even de tijd om de twee spiegels fatsoenlijk op de foto te zetten.
Met het vorderen van de ochtend neemt uiteindelijk ook de brasemactiviteiten af. Ook de karpers laten zich niet meer zien. Ik hou het nog vol tot het einde van de ochtend en pak dan de spullen weer in. De lucht begint weer dicht te trekken en aan de kleur van de wolken te zien, is er regen opkomst. Zaak om daarvoor thuis te zijn.

Als ik eindelijk het anker binnenboord trek, vaar ik nog tweemaal langs de obstakelstek. Eerst strooi ik 20 kg maïs en daarna 2 kg 24 mm RRF bollen. De karpers bezoeken de stek regelmatig dus is het zaak de tafel gedekt te houden. De brasems zullen zich ongetwijfeld ongans vreten aan de hoeveelheid maïs. Toch blijft er wel genoeg over voor vriend karper.
Als ik terugvaar, overdenk ik natuurlijk de afgelopen 20 uren. De sessie ervoor haakte ik 4 karpers op de maïshengel. Nu haak ik er 3 waarvan eentje op maïs en twee op een 24 mm RRF boilie. Het is dus niet het ene of het andere. Het is dus beide aassoorten die de karpers tot azen aanzet. Of is het juist de combinatie van beide aassoorten? Het gemiddelde formaat karpers ligt beduidend hoger op de bollen. Anderzijds zegt dat helemaal niks. Kortom er is geen peil op te trekken. Ik besluit dan ook om op de ingeslagen weg verder te gaan. In mijn achterhoofd neem ik wel in overweging om de maïs te laten voor wat het is en uitsluitend met boilies te gaan voeren. Omdat een meerkoetenkoppel de bollen ook heeft ontdekt en ze veelvuldig van de bodem rapen, is het niet zinvol om alleen bollen te gaan voeren. Eerst de volgende sessie maar eens aanzien en dan alles nogmaals te evalueren. Ik blijf leren…
