Afgelopen 3 dagen heb ik flink lopen strooien. Hoewel ik vanuit financieel oogpunt het wat rustiger aan zou moeten doen met de voerhoeveelheid, leek het mij wel het moment om nu eens goed uit te pakken. Het weer is prachtig, watertemperatuur stijgt en de karpers zijn mobiel. En er ligt al heel wat dagen wat te rapen voor de karpers. Dat zal zich toch nu wel eens uit moeten betalen. Uiteraard heb ik de buit al binnen, maar ik ben nieuwsgierig of er nog meer appetijtelijke formaten rondhuizen.
Normaliter vis ik twee afzonderlijke nachten per week. Dat doe ik al sinds mensenheugenis. Twee jaar geleden heb ik wel eens twee nachten achter elkaar gevist, maar dat is dus een uitzondering (ik reken de visserij in Frankrijk even niet mee). Omdat mijn echtgenote wat verplichtingen heeft vanwege haar werk en dus avonden laat thuis is, heb ik besloten om nu maar eens twee nachten achter elkaar te gaan vissen. Zeker gezien de resultaten en de mogelijkheden. Tevens ben ik benieuwd of de tweede nacht het beter is dan de eerste nacht vissen. Kun je daardoor de visserij wat meer naar je hand zetten?
Vanwege het mooie weer ben ik al halverwege de middag op de stek aanwezig. Omdat de voorspelling is dat gedurende de nacht de wind zal draaien van zuidoost naar noordwest en daarbij zal aantrekken naar windkracht 5, besluit ik om de boot op een andere plek aan de steekstokken vast te leggen. Dat voorkomt dat ik de golven niet vol op de zijkant van de boot krijg te beuken. Gezien de mogelijkheden op deze stek maak ik daar gebruik van.
Na een half uurtje heb ik alle drie de hengels op de gewenste plekken te liggen. De linker hengel vis ik 30 meter naar links ongeveer 5 meter uit de eigen kant. De middelste hengel ongeveer 25 -30 meter in het midden en de rechter hengel op 30 meter naar rechts, maar dan 15 meter uit de eigen kant. Over de linker en rechter hengel voer ik een paar handjes verspreid. Over de middelste hengel knal ik zo’n 70 bollen. Ik wil wel eens zien of dit ook nog uitmaakt. Het doel is om centraal een stevige voerplek te hebben en er met één hengel in te vissen, aan de randen ervan op verschillende afstanden matig te voeren en daar de solitaire scharrelaars te onderscheppen. Door nog wat lossen bollen tussen de drie plekken te voeren, houd ik ‘verbinding’ tussen de drie plekken.

Tot begin van de avond kan ik nog in de hoody genieten van het mooie weer en de omgeving. Ik krijg een paar piepen op de linker hengel en daar blijkt een brasem aan de haak te zijn blijven plakken. Ik onthaak de brasem in het water en maak de hengel weer in orde. Maar dan draait de matige wind en raakt het meer bewolkt. Net als de vorige keer keldert de temperatuur en kan ik mij weer in de warme outfit hijsen. Aansluitend trek ik de kap weer over mij heen en installeer het nodige voor de nacht. Daarna aan de warme hap en een glas wijn.
Rond 8 uur sta ik achter de hengels wat over het water te turen. In mijn ooghoeken zie ik de top van de rechter hengel krom trekken, gevolgd door een piep uit de beetmelder. Nog voor er lijn van de spoel kan worden getrokken, heb ik de hengel al in de handen en sla voor de zekerheid nog even aan. Hangen! Ik krijg een beuk op de hengel en de karper zet net als zijn voorgangers koers naar de rietkraag. Deze rietkraag bevat een paar lossen takkenbossen en ik zit er dus niet op te wachten dat de karper daar induikt. Dus de slip strakker en beginnen met pompen om de afstand tussen mij en de vis kleiner te maken. Dat lukt redelijk makkelijk, maar ik kan niet voorkomen dat de karper toch de rietkraag bereikt. Ik ga meteen op de zijkant van de boot staan om de hoek groter te maken, maar ook om zoveel mogelijk lijn uit het water te houden. Ik voel de lijn tegen de takken schuren. Ik hou druk op de vis en de hengel staat behoorlijk krom. Ik maak we wel wat zorgen of de haak door deze druk niet los zal schieten, ik mag de karper absoluut niet de takken in laten zwemmen.
Na wat seconden billenknijpen, lukt het me om de vis voor de takken weg te trekken. Meteen kan ik ook lijn winnen en pomp de vis dichter bij de boot. Daar zet de karper zijn kunststukje voort. Rondjes zwemmen en af en toe lijn van de spoel trekken. De parabolische hengel vangt de uitvallen met gemak op. Toch duurt het nog enkele minuten alvorens ik de karper in het net heb. Ik heb natuurlijk daarvoor al gezien dat het een spiegel betreft en die blijkt toch een stukje groter dan ik had ingeschat. Het is een hommer van 77 centimeter en 19 pond en 2 ons. Helaas blijkt dat de staart zwaar beschadigd is, maar het is wel een oude beschadiging. Paaischade? Of heeft een otter getracht de spiegel te vangen? Ik maak een paar foto’s van de spiegel en maak een kort filmpje. Daarna zet ik de vis terug en wrijf in mijn handen vanwege het feit dat de kop eraf is.
De haak (Wide Gape 6) is bot en die vervang ik. De rest van de onderlijn is prima en kan ik dus weer gebruiken. Nieuwe boilie op de haar met daarboven een even grote roodroze popup met een tuttifrutti/scopex geur. Het lijkt dat deze combinatie het hier goed doet want van de 7 gevangen vissen zijn er al 4 op deze combi gesneuveld. Als deze nacht nog meer aanbeten op deze aasaanbieding komt, dan zal ik ook een tweede hengel van deze aasaanbieding voorzien.
Net voor half elf hoor ik ter hoogte van de middelste hengel duidelijk een karper rollen. Er zijn er dus meer die op de stekken schuimen. Nu nog aan de haak prikken.
Half 1 lig ik onder zeil in de slaapzak. Buiten is de wind weggevallen en is het zeer mistig. Met andere woorden het zit potdicht. Niet de beste omstandigheden om een paar karpers te schaken. Ik kan er weinig aan veranderen en slaap de tijd wel weg. Net voor 5 uur krijg ik een zakker op de middelste hengel. Heel normaal op deze onderlijnmontage. Een paar seconden later sta ik met een kromme hengel in mijn handen. Even heb ik het gevoel met een onwillige brasem van doen te hebben, maar een minuut later blijkt het toch een karper te zijn. Zonder veel strijd heb ik een kleine schubkarper op de onthaakmat liggen. Met 62 centimeter en 12 pond exact erg welkom en snel zet ik de schub terug. Tegelijkertijd besef ik mij dat de mist weg is en dat de wind aantrekt. En met het aantrekken van de wind hoor ik de eerste regendruppels op het canvas van de kap kapot slaan. Snel vervang ik de onderlijn en werp de hengel naar de vangende plek terug. Omdat ik gistermiddag rijkelijk met bollen op de plek heb gestrooid, herhaal ik dat nu weer. Tientallen bollen schiet ik met de katapult over de plek waar het haakaas ligt. Op naar de volgende.
Ik kruip daarna weer de slaapzak in. Ik kan niet meteen de slaap vatten en staar wat naar buiten. Ik zie dan ook de zon langzaam boven de horizon verschijnen. Uiteindelijk vallen de luiken dicht en maf ik nog een uur of wat. Rond 9 uur kruip ik de slaapzak uit en overdenk de laatste 12 uren. Twee karpers en één brasem. Het is niet waar ik op gehoopt had. Ik moet er maar meedoen. Wel vraag ik me nog steeds af waar die kilo bollen zijn gebleven. Het kan niet waar zijn dat ik de brasemstand heb gesponsord. En ik geloof ook niet dat er maar een paar karpers de bollen hebben opgeruimd. Maar waar zijn die vissen dan? Of zijn de veranderende weersomstandigheden debet aan het feit dat het minder hard loopt dan gewenst?
Ik sta even achter de hengels over het water te turen, zoekend naar tekenen van karperleven als ik een piep krijg op de middelste hengel. Ik zie de waker omhoog wippen en weer naar beneden vallen. Ik ros meteen de hengel van de steunen en draai de lijn strak. Ik krijg meteen een beuk terug ten teken dat een karper aan de haak hangt. De karper scheert meteen naar rechts en hoewel ik af en toe kleine wellingen aan de oppervlakte zie, voelt het toch wel lekker aan. Ik weet de karper voor de rietkraag te keren en heb daarna de vis snel onder de top te hangen. De wilde uitvallen van de karper impliceert met een klein exemplaar van doen te hebben. Toch heb ik de nodige moeite om de karper onder de top te houden. Ik heb al gezien dat een hoogrugige spiegel verwoede pogingen doet om uit het schepnet te blijven. Dat het wel goed zit met de conditie van de vis blijkt wel als ik exact 11 minuten na de aanbeet de spiegel pas in het schepnet kan dirigeren. Tjonge, respect voor deze knokker.
Als ik de spiegel heb ontwaakt, neem ik een tiental seconden de tijd om even naar de vis te kijken. Hoge rug, breed en duidelijke het type met Franse roots. Het valt me verder op dat de bovenste staartlob van de spiegel weer aan het aangroeien is. Zo te zien is deze eerder helemaal weggeweest. Hoe dat komt, kan ik alleen maar naar raden. Beschadigt bij het uit de kweekvijver vangen door de leverancier? Aalscholver? Otter?
Als ik de spiegel meet en weeg blijkt dat deze vechter wel wat gewicht in de schaal had want met 72 centimeter en 20 pond en 1 ons toch zwaarder dan ik in eerste instantie dacht. Snel maak ik een paar foto’s en zet de vis terug. Het veelvuldig strooien van de bollen op deze plek begint zich uit te betalen.

Tegen het middaguur draai ik de andere twee hengels in en vervang ik het haakaas. Ik ben met name niet helemaal tevreden over de aanbieding aan de linker hengel. Ik hou de lengte van de onderlijn en de type haak (Nash Fang maat 6) met lange haar, maar rijg er dit keer een 16 millimeter gewone boilie en een bijgesneden 16 millimeter Fruittella popup van Maineline (door mij extra van flavour voorzien) Door stukjes weg te snijden, kan ik de mate van ‘zinken’ beïnvloeden. Ik wil namelijk dat de showman zinkt op het gewicht van de haak. Het is een secuur klusje, maar na wat hannesen heb ik het zoals ik het graag zie.
Ik gebruik graag PVA kousen met daarin hele en stukjes boilie. Afgelopen weken heb ik veel boiliegruis gebruikt om rond het haakaas meer voedseldeeltjes te creëren. Door de wind en stroming worden die deeltjes meegevoerd en moet daardoor meer karpers naar het haakaas lokken. In theorie een prachtig verhaal, maar ik heb niet het idee dat het van doorslaggevende betekenis is. Ik besluit daarom om de PVA kous, naast een paar gewone en een paar gehalveerde boilies, te vullen met kleine pellets. Omdat ik 3 verschillende pellets van CC Moore gebruik, krijg ik verschillende oplostijden en geursporen in het water. Tevens houdt het de brasem bezig en hoop ik daardoor dat de boilies blijven liggen voor vriend karper.
Ik heb de rechter hengel nog maar net ingegooid of ik krijg een paar piepen op de hengel. Als ik aansla voel ik meteen weerstand en ik denk met een kleine karper van doen te hebben. Als ik de vis rustig naar de boot trek, zie ik plotseling een snoek boven water komen. Ook zie ik dat het toploodje tegen de bek aanzit. Zou de snoek de hele onderlijn naar binnen geslokt hebben? Als ik de snoek nog dichterbij de boot heb, zie ik dat mijn hoofdlijn door de bek van de snoek loopt. Hij is dus door de lijn gezwommen tussen de hengeltop en het toploodje. Ik dril voorzichtig verder omdat ik niet wil dat de lijn door de scherpe tandjes worden doorgesneden. Na wat gespartel heb ik de snoek in het net. Hij blijkt 77 centimeter lang te zijn en zo te zien heeft hij niet zo lang geleden nog gepaaid. Door de kieuwgreep toe te passen gaat de bek vanzelf open en kan ik de lijn achter de tandjes weghalen. Even op een foto van deze bijzondere vangt en ik zet de snoek gauw terug. Daarna ben ik 10 minuten bezig met het controleren van de hoofdlijn op beschadigingen. Uiteindelijk kan ik 15 meter lijn weggooien want die is te zwaar beschadigd.
De rest van de middag blijft het stil. Halverwege de middag worden de oogleden zwaar en ik slaap even een uurtje. Tegen het eind van de middag begint de maag te rammelen en ik wil beginnen met het klaar maken van de warme hap als ik een paar piepen krijg op de middelste hengel. Daar blijkt een flinke brasem aan de haak te hangen. Snel onthaken, onderlijn controleren en daarna weer ingooien met een PVAkous aan de haak.
Ik heb de warme hap bijna klaar als ik een fluiter krijg op de linker hengel. Brander uit en de dampende pan weggezet. Daarna snel de hengel van de steunen pakken en starten met drillen. De lijn blijkt net na het toplood ergens in de bodem vast te zitten. Maar als ik de karper richting de plek des onheil trek, schiet de lijn gelukkig los en kan ik fatsoenlijk de karper drillen. Die heb ik vrij vlot bij de boot waar de karper rondjes blijft zwemmen. Na 4 minuten geeft ie de strijd op en kan ik prachtige schubkarper in het net loodsen. Op de mat ligt een echte woeste boezemschub. Grote staart en karakteristieke kop. Ik maak een paar foto’s van de schub en zet hem daarna terug. In het logboek noteer ik 75 centimeter en 19 pond en 2 ons. De aasaanbieding aanpassen heeft toch gewerkt.
Hoewel de wind wat minder is geworden, vind ik het maar aardig koud. Het kwik is vandaag niet boven de 10 graden geweest en de watertemperatuur is ook gedaald naar 13,8 graden. De frisse noord-noordwestenwind is daar debet aan. De karpers zullen dat ook wel merken al kunnen ze redelijk goed tegen dit soort temperatuurwisselingen. Maar eerlijk is eerlijk, ik had liever wat stabieler weer gehad. Ik kan het – gelukkig – niet veranderen en heb het er maar mee te doen.
Om kwart voor negen krijg ik 2 piepen op de middelste hengel. Dan 2 seconden niks en als ik onder de kap vandaan kom, krijg ik een fluiter van jewelste. Hengel van de steunen en aanslaan. Meteen zie ik ter hoogte waar ik het haakaas had liggen een enorme kolk aan de oppervlakte ontstaan en een flinke staart boven water uitkomen. Daarna scheert de vis naar rechts. Ik kan een paar meter lijn opspoelen maar daar blijft het ook bij. Na een meter of 25 meter draait de vis en slaat wederom een grote kolk aan de oppervlakte. Ik maak meteen weer gebruik van het moment om wat lijn op te spoelen. Ik kan nu de karper beter sturen en mocht die de neiging hebben om richting de rietkraag te zwemmen, dan heb ik minder problemen dan als ik meer lijn heb uitstaan. Ik heb het voorgaande nog niet eens bedacht of de karper keert weer en zet het op een zwemmen naar de desbetreffende rietkraag. Ik voer de spanning op maar ik merk dat ik met een onwillig exemplaar heb te maken want ik kan nog geen millimeter lijn winnen. Om de hoek op de vis te vergroten en zoveel mogelijk lijn uit het water te houden, ga ik op de boarding staan. Dat scheelt weer bijna 60 centimeter hoogte en voorkom ik dat teveel lijn de rieten met daartussen takken kan raken. Als de karper de rietkraag bereikt, voel ik de lijn al schuren. Met enig risico zet ik toch meer druk en weet de karper uit de rieten te trekken. En zelfs kan ik enkele meters lijn terug winnen. Daarna komt de karper wat dichterbij en begint met rondjes onder de top te draaien.
Hoewel ik geen idee heb hoe groot deze karper is, kan ik die maar niet aan de oppervlakte krijgen. Pas na enkele minuten komt de karper voor het eerst aan de oppervlakte en zie ik dat ik met een prachtige spiegel van doen heb. Plotseling verzamelt de spiegel al zijn krachten en haalt verwoestend uit. Mijn hengel wordt hard naar beneden getrokken en ik ben blij dat ik net daarvoor de slip wat losser heb gezet. Die ratelt even als er wat lijn van de spoel wordt getrokken. Als de lijn over de rugvin ‘pinkt’ slaat mijn hart even over omdat het meestal het gevoel geeft dat de haak is losgeschoten. Gelukkig is het loos alarm.
De spiegel beschikt over een groot uithoudingsvermogen en het lukt me maar niet om de vis in de buurt van het schepnet te krijgen. Ik moet dus lijdzaam afwachten totdat de karper is uitgeraasd. Geduld is een schone zaak, zegt het spreekwoord en ik leg me erbij neer dat ik geduld moet hebben. Na bijna 11 minuten van geven en nemen, kan ik de spiegel eindelijk het schepnet in dirigeren en op de onthaakmat tillen. Met de nodige respect verwijder ik de haak. Die zit perfect achter de onderlip en was van zijn levensdagen niet losgekomen. Ik realiseer me dat ik mij voor niets zorgen heb gemaakt. Na het meten en wegen, film en fotografeer ik de spiegel en zet hem daarna terug. Met 78 centimeter en 22 pond en 2 ons een knokker van jewelste. Ik kijk op het kleine schermpje op de achterkant van de camera de foto’s van de vis. De spiegel ziet er prachtig uit en ik ben meer dan gemiddeld content met deze vangst.

De temperatuur daalt richting het vriespunt. Ik vind het maar knap koud en overweeg om vroeg de slaapzak in te kruipen. Maar ik ben niet slaperig en ik heb eigenlijk geen zin om in de slaapzak te liggen en naar kap te liggen staren. Dus maar even doorbijten. Ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn logboek en blog bij te werken. Dat kost al met al genoeg tijd. Een logboek hou ik al zo’n 35 jaren bij al moet ik bekennen dat ik wel eens een jaartje het heb gelaten voor wat het is. Gewoon lekker vissen en verder geen gedoe. Maar ik merkte toen ook dat niet alles in de grijze cellen blijft hangen en dat het zelfs ‘gekleurd’ kan zijn waardoor je de feiten die ertoe doen niet meer helder hebt. De vangsten en dus succes weet je perfect te herinneren. Maar het zijn vaak ook de visloze sessies die mij het nodige konden leren. En laat die nu juist in de vergetelheid zijn geraakt. Ik ben dan ook blij dat ik vrij vlot daarna het weer heb opgepakt. Als ik de logboeken van soms jaren geleden teruglees, dan merk ik wel dat het een schat aan informatie bevat. Of het nu gaat om stekkeuze, aas, onderlijnen, jaargetijden, bodemsoorten, trekgedrag, voermethoden en dergelijke, de leercurve is er heel goed uit te halen. De feiten spreken dan voor zich.
Als ik tegen 12 uur aan de laatste kop koffie van de dag zit, krijg ik 1 piep op de rechter hengel, gevolgd door een enorme fluiter. Als ik onder de kap vandaan kom, hoor ik de spoel van de molen op hoge snelheid lijn afgeven. Hengel uit de steunen en aanslaan. Ik krijg een beuk terug en kan meteen lijn opspoelen. Ik voel aan de andere kant van de lijn een karper wat tegenstribbelen maar veel stelt het niet voor. Ik kan vrij gemakkelijk de karper naar de boot dirigeren. Daarna geeft de karper het op en ik zie in het flauwe schijnsel een kaperkop boven het wateroppervlakte verschijnen. Ik schuif snel het schepnet eronder en de vis is de mijne.
Als ik daarna de armen uit het spreidblok trek en de karper binnenboord hijs, blijkt er veel meer gewicht in het net te zitten dan ik dacht. Ik verwacht met een vis van een pond of 8 of 10 in het net te hebben. Hoe kan ik mij vergissen. Als ik het net uit elkaar trek, ligt er een lange boezemschub voor mij: 87 centimeter lang en 26 pond en 3ons zwaar. Allemachtig! Van zo’n vis verwacht je dat hij het materiaal tot het uiterste zou gaan uittesten. Blijkbaar een offday of is de karper op een dusdanige leeftijd dat het niet zo goed meer is met de conditie?

Ik wil van deze vis een paar goede foto’s hebben en besluit dan maar om de schub te zakken. Met die retainers van tegenwoordig is dat een fluitje van een cent. Ik controleer of er genoeg dubbele knopen in het touw zit als ik de vis naast de boot heb weggehangen. Daarna de onderlijn vervangen en de boel weer inwerpen naar de hobbel in het bodemverloop. Aansluitend schuif ik de slaapzak in.
Rond de klok van twee word ik even wakker. Ik hoor de wind aantrekken en de eerste regenbuien arriveren. Het kan me niet deren en val weer in slaap. Ik hoop nog op een aanbeet gedurende de nacht of de eerste uren van de nieuwe dag. Als ik wakker word, is het al 8 uur geweest. Op zich lekker om zo door te kunnen maffen, maar ik had heel graag mijn slaapzak nog een keer willen verlaten om een karper te drillen.
Ik besluit om de schub maar meteen te fotograferen en daarna de inwendige mens eens te versterken. Zo gezegd, zo gedaan. Zonder al te veel gedoe en gespetter kan ik een paar platen schieten en de schub gezond en wel terugzetten. Gezien het homvocht op de mat is het dus eentje van het mannelijke geslacht. Het valt me op dat de wind naar het noorden is gedraaid en dat het gelukkig verder droog is. Maar de temperatuur is verre van aangenaam. Ik check de watertemperatuur. Oei, die is ook flink gekelderd. Was die bij aanvang van de vissessie nog 16,3 graden, nu nog geen 48 uren later is die 11,9 graden. Dat is dus de afgelopen 2 dagen hard gegaan. Ik mag dus van geluk spreken dat ik nog zoveel aanbeten heb gehad.
Tijdens de gebakken eieren en de kop koffie overdenk ik deze sessie. Wat heeft het me opgeleverd, nog los van het aantal vissen en grootte? Genoeg als ik alles op een rijtje zet. Luc zijn onderlijnmontage is weer een ‘winner’ gebleken. 5 van de 6 aanbeten (ik reken de brasemaanbeten en de snoek even niet mee) kwamen op deze onderlijn. Het spaarzaam rond het haakaas voeren, is niet de juiste methode gebleken. Compact rond het haakaas voeren en dan nog flink ook leverde meer aanbeten op. De tuttifrutti/scopex popup in combinatie met een gewone RRF boilie deed het veel beter dan combinatie met een fruittella popup. Best wel vreemd omdat ik voorheen hierop veel karpers ving. Het ene jaar is het andere niet. Waar het ook goed op liep, is gewoon 2 boilies op de haar. Liever had ik die elk van een kurkstaafje voorzien maar de kreeftjes slopen de bollen binnen notime en zit ik met kale haken te vissen. En dat wil je natuurlijk niet. De standaardonderlijnen die ik altijd gebruik, vangen vis, dus niets aan veranderen. Toch heb ik nog wel een punt waar ik nog niet over uit ben. Ik heb afgelopen weken met variabel hoeveelheid bollen lopen voeren. Voorafgaand aan deze sessie heb ik redelijk ruim gevoerd. Heb ik de karpers dankzij of ondanks de hoeveelheid boilies gevangen? Als ik kijk hoe snel ik de eerste karper ving nadat ik was begonnen, dan krijg ik het idee dat ik in ieder geval de stek niet heb overvoert. En aangezien het met de nodige pauzes wel door bleef lopen, rechtvaardigt het de conclusie. De vraag die ik mezelf daarna wel stel, is of ik wellicht te weinig heb gevoerd? Heb ik een aantal karpers gemist omdat de gevangen vissen vol op het voer zaten en dus alles hebben weggevreten waardoor de scharrelaars die later aan tafel wilden schuiven een lege plek aantroffen? Misschien lijkt het wat te ver gezocht. Toch houdt het me bezig. Ik vraag me dan ook terdege af waar de grens ligt van wat moet en van wat kan. Is de 2,5 tot 3 kilo per dag te weinig of precies goed? Als ik meer per dag zou gaan voeren, betekent dat wel dat ik voor een behoorlijk bedrag elke dag bollen in het water smijt. Aangezien ik niet (meer) gesponsord wordt op dat vlak, moet ik ook op de centjes letten. Los daarvan blijft me de vraag wel intrigeren. Aan de andere kant ben ik tevreden met wat ik heb gevangen en hoe deze vissessie is verlopen. Ik ben wat dat betreft meer dan tevreden. Per slot van rekening gaat het daar ook om.
Tegen 12 uur ruim ik de spullen op. Ik moet eerlijk bekennen dat het twee dagen achter elkaar vissen vanuit een karperboot mij uitstekend is bevallen. Niet vanwege alleen het resultaat, maar ook vanwege het feit dat je in een andere state of mind terechtkomt. Je wordt wat relaxter en wordt wat meer één met het viswater en de omgeving. Ik wil niet te zweverig overkomen, toch ervaar ik het zo. Had ik vooraf de nodige bedenkingen, nu ben ik ervan overtuigd dat je veel beter en scherper vist als je wat langer aan of op het water kunt verblijven. Het leert je veel meer dan de hit and run sessies zoals ik die normaliter pleeg te doen. Het geeft te denken.
Voordat ik vertrek, voer ik het reststand van de boilies op. Ik wil toch eens zien of er nog andere karpers op de stek gaan neerstrijken of dat ik de (misschien) de gemiste vissen op de plek kan houden. Afijn, morgen keer ik weer terug en 16 uren daarna weet ik meer.
