19 Oktober 2018

Deze week druk gehad op het werk en druk gehad met bijeenkomsten van verenigingen en projectgroepen. Ook de tweede bijeenkomst van de Commissie SKP Friese Boezem. De financiën zijn rond, de vissen besteld en nu is het tijd voor de taakverdeling voor de komende uitzetdag. De meeting was bij Peter op het bedrijf (Peter’s Hout in Bolsward). Peter is een goede gastheer en bij binnenkomst moesten we wel even lachen. Kannen met water, gevulde koeken, pennen, notitieblokken, van alles lag voor ons klaar. De overige commissieleden waren dan ook unaniem over het oordeel dat we voortaan hier definitief onze vergaderingen moeten gaan houden. Posters van Peter’s Hout eruit en mooie plankfoto’s van spiegelkarpers ervoor in de plaats. Geloof niet dat we dat bij Peter voor elkaar gaan krijgen. Hoe dan ook het idee is natuurlijk goed…

IMG-20181017-WA0001

Het is een vruchtbare vergadering geweest. Iedereen is op de hoogte wie wat moet gaan doen. En hoe de nieuwe registratielocatie eruit gaat zien. Voor de rest nog wat puntjes op de bekende ‘i’ gezet en vanaf volgende week gaan we echt naar de uitzetdag toewerken. Komt elke keer weer een hoop bij kijken en ik verbaas me elke keer weer hoe een paar fanatieke vrijwilligers dergelijke dagen georganiseerd krijgen. Al met al blijft het een puist werk.

Door al die bijeenkomsten in de avond, moest ik mijn voerbeurten erg laat in de avond gaan uitvoeren. Een tiental kilometers rijden, dan nog eens een kilometer of wat door de landerijen struinen om dan op de nieuwe stek aan te komen. Goed voor de conditie maar minder voor het aantal uren slapen. Tja, je moet er wat voor over hebben. Maar het is voor het goede doel. Als ik af en toe in mijn eigen omgeving hoor dat mensen stoppen met voeren zodra ze dat soort activiteiten alleen moeten gaan doen, dan had ik allang mijn hengels aan de wilgen kunnen gaan hangen.

Ik heb iets meer gevoerd dan ik in eerste instantie in de planning had. Omdat het een nieuwe stek betreft en ik niet helemaal weet wat me te wachten staat, wil ik niet meteen mijn glazen ingooien door teveel te strooien. Anderzijds zit er 48 uren tussen de 2 voerbeurten. Daarnaast voer ik met een mix van 16,20 en 24 millimeter boilies waardoor eventueel kleine karpers en grote brasem een deel van het voer wegvreten. Dus de gok maar genomen en elke voerbeurt 4,5 kilo gevoerd. Wel over een groot oppervlak. Ik heb de hoeveelheid 24 millimeters in de mix wel verhoogd. Ik wil daardoor voorkomen dat de kleinere schubkarpers, mochten die hier wel op de stek rondscharrelen, teveel tegen mijn haakaas gaan aanlopen. Veel aanbeten is leuk, maar ik ga toch wat voor de grotere exemplaren.

Vanmiddag is het een graad of 13 en het waait bijna niet. De zon staat lekker te branden maar voor aangenaam gevoel moet je echt uit de tocht/wind gaan zitten om de warme zonnestralen op je in te laten werken. Tegen half 3 heb ik de karperboot in het water te liggen en kan naar de stek varen die ik afgelopen dagen heb aangevoerd. Ik zit wat op een tweesprong. Enerzijds heb ik er nog steeds zin in om te gaan karpervissen. De weersomstandigheden zijn de laatste weken uitstekend en is het zelfs nazomeren. Anderzijds merk ik dat ik een beetje karpermoe begin te worden. Ik heb er dit jaar hard aangetrokken. Doe ik overigens elk jaar maar voor m’n gevoel is het laatste jaar meer energie van me gaan vragen. Ik weet dat de laatste weken zijn ingegaan met karperen. As het weer definitief gaat omslaan, duiken de karpers de diepten en modder in om pas in het voorjaar weer te voorschijn te komen. Tenminste op de boezem waar ik tegenwoordig vis. Ik heb wel alternatieve stekken om de winter door te vissen, maar de groene rovers hebben dan meer mijn aandacht. Overigens kan dat ook wel eens verschillen. Afgelopen winter had ik de energie niet om in weer en wind op het grote water de snoeken het leven zuur te maken. Had natuurlijk ook te maken met mijn privéomstandigheden (werk). Soms merk ik dat de winterperiode juist wel zo prettig is om de batterij op te laden: even geen karpers in je leven. Kon ik mij 30 jaar geleden niet voorstellen; dan legde ik juist het accent op het winterkarperen. Dan ving ik wel de mooiste vissen. Dat trek ik nu niet meer. Moet wel een leuke bezigheid blijven.

Afijn, redelijk op tijd op de stek aangekomen en voor half 5 liggen alle hengels in positie. Ik voer nog een paar handen boilies verspreid alle kanten op om de aanwezige karpers te activeren om te gaan zoeken. Voorbereidingen zijn gedaan en daarna vol op de zon en uit de wind wat onderlijntjes knopen. Het is zelfs zo lekker weer en dus warm dat ik de jas zelfs uit moet trekken om niet te gaan zitten zweten. Na een 15 tal onderlijnen knopen, worden mijn oogleden wat zwaar en voel ik de vermoeidheid van deze week de overhand nemen. Hoewel ik graag de omgeving in de gaten wil houden om te kijken of de karpers tekenen van leven geven, besluit ik toch maar om even horizontaal op de slaapzak te gaan. Hoewel ik niet echt inslaap val, hoor ik de omgevingsgeluiden op verre afstand.

IMG_3107

Net voor de klok 6 uur zal aangeven, krijg ik een zakker op de rechter hengel. Tjonge, dat is vlot, denk ik als ik van de slaapzak rol en richting de hengel begeef. Als ik de hengel uit de steunen pak en de vrijloop eraf tik, wordt de lijn strakgetrokken en kan ik meteen de hengel heffen. Die vliegt daarna flink krom en begint de slip direct te werken. De karper zwemt recht van mij af, parallel aan de oever. Na een meter of 15 lijn van de spoel te hebben getrokken, draai ik de slip een stukje strakker. Ik wil de afstand tussen mij en de vis niet te groot laten worden. Helaas besluit de karper om te hoeken en richting de kant te koersen. Daar staat een rietkraag waaruit her en der wat takken van een oude snoeibeurt uitsteken. Ik zit er niet op te wachten om de karper daarin kwijt te spelen. Ik hef daarom de hengel zo hoog mogelijk om zoveel mogelijk lijn uit het water te houden waardoor de kans veel kleiner wordt dat de lijn achter een tak blijft haken.

Als de karper uiteindelijk de rietkraag bereikt, probeer ik mijn hoofd koel te houden. Uiteraard sta ik met een verhoogde hartslag met een kromme hengel in de hand met daaraan een grote karper. Die wil ik niet verliezen, maar het feit is dat ik weinig in te brengen heb. Ik voer de druk op in de hoop dat de karper keert en het wijd opzwemt. Het duurt enige seconden die voor mij wel een minuut lijkt als de karper inderdaad omkeert en koers zet het wijd op. Kleine zucht van verlichting van mijn kant. Maar de opluchting is van hele korte duur. Terwijl door de actie van de karper ik een paar meter lijn kan opspoelen om de druk erop te houden, hoekt de karper weer en zet wederom koers naar de rietkraag. Shit, het zal toch niet?! Ja, het zal wel. De karper zet nog even aan waardoor de slip weer begint te tikken en tot mijn afgrijzen duikt de karper de rieten in. Meteen zet ik meer druk en probeer de hengel zo hoog mogelijk te houden. Ik zie enkele kolken voor in de rieten en verwacht elk moment het verschrikkelijke schuren van de lijn tegen takken en rieten. Tot mijn vreugde keert de karper om en zet nogmaals koers het wijd op.

Terwijl het zweet op mijn voorhoofd staat, voelt de omgeving koud aan. Elke zenuw in mijn lichaam staat strak gespannen. Ik moet deze karper niet verliezen, is een gedachte die als een bal in een flipperkast door mijn hoofd gaat. Ik wil me niet toegeven aan deze gedachte en focus me helemaal op de dril. De karper is ondertussen een meter of 20 het wijd opgezwommen, mij de illusie gevend dat ik aan de winnende hand ben. Helaas, de karper bedenkt zich, zet flink aan en terwijl de hengel dieper doorbuigt, begint de slip steeds sneller te tikken. Ik sta met de hoepelkromme hengel in de handen en kijk er naar. Ik kan niets doen en accepteren dat het gaat zoals het gaat. Maar omdat de hoek tussen de hengeltop en de karper groter is geworden, is de kans dat de lijn ergens achter gaat haken minder groot geworden. Maar hoe groot is de kans dat het wel gebeurd? Wet van Murphy?

Omdat de karper een deel van de rietkraag bereikt die behoorlijk massief is, kan hij er niet in komen. Een meter voor de rietkraag hoekt de karper en gaat vervolgens twee meter van de rieten op de bodem liggen. Grote plakkaten met bellen komen omhoog. Even denk ik dat de boel vast zit op een onbekend obstakel. Ik voer voorzichtig de spanning op en tot mijn vreugde zie ik het verdwijnpunt van de lijn in het water verplaatsen, en ook nog de goede richting op. Beetje bij beetje krijg ik de karper langzaam dichterbij.

Als de karper voor de eerste keer even aan de oppervlakte verschijnt, zie ik een dikke kop tevoorschijn komen. Daarna trekt de karper de hengel krommer en trekt weer tien meter lijn van de spoel. Dat gaat niet wild maar wel gedecideerd. Wat een machtsvertoon! En ik ben het lijdend voorwerp. Ik kijk ondertussen even op mijn horloge. Ik ben al een dikke 15 minuten met deze karper in de weer en heb zo langzamerhand het vermoeden dat hier weer een groot exemplaar aan de haak hangt. Kan bijna niet missen.

Uiteindelijk begint de karper het moeilijker te krijgen. Hij komt vaker naar de oppervlakte en wordt door mij regelmatig over de kop getrokken als de uitlooppoging van de karper tot een halt komt. Vlak bij de karperboot tracht de karper nog een paar keer om er onder te zwemmen maar dat weet ik gelukkig te voorkomen. Na een paar minuten geeft de karper het op. De grote kop komt regelmatig boven water en kan ik eindelijk het schepnet onder de vis schuiven. Omhoog heffen en de karper is binnen! Ik borg het net en hengel en begin meteen met het klaarzetten van de camera’s en statieven. De karper kan ondertussen even bijkomen van de zware inspanning. Als ik daarna ook het meetlint en weegschaal tevoorschijn heb gehaald kan het bekende ritueel beginnen.

Als ik de netarmen uit het spreidblok trek en de karper binnenboord wil hijsen, weet ik meteen hoe laat het is. Deze vis maakt de sessie, dat staat al vast. De Kurv Shank maat 4 zit mooi in de onderlip al zou ik die liever een centimeter meer naar binnen in de bek willen zien. Daarna meten en wegen. De spiegelkarper is 88 centimeter lang en 32 pond en 4 ons zwaar. Wijts is blij! Ik maak aansluitend een paar foto’s met op de achtergrond de ondergaande zon en zet daarna de spiegel voorzichtig terug. Even later zie ik dat de foto’s redelijk gelukt zijn , maar ik ben minder tevreden over het filmpje. Ondanks het externe licht, is het toch nog te donker om de karper goed in beeld te brengen. Maakt verder niet uit, ik heb tenminste de foto’s nog. Aansluitend vervang ik de onderlijn en zwiep het hele zaakje weer richting de plek waar de aanbeet vandaan kwam.

IMG_3093

Eén van de commissieleden vroeg mij afgelopen week met welk materiaal ik zit te vissen. Vindt hij wel interessant om te weten. Welnu, hier een kleine opsomming. Ik vis dit najaar met hengels van het merk North Western met een lengte van 3.60 meter en een testcurve van 2 lbs. Het zijn hengels die ik in 1986 (!) heb aangeschaft. Ze zijn erg parabolisch maar wel met reservekracht dat ik zweer bij deze hengels. Het mag dan ‘ouwe meuk’ in de ogen van sommigen zijn, ik ben er blij mee. Op de hengels heb ik nieuwe Shimano molens zitten. Niet de grote formaten maar de middelmaten. Op de molens heb ik Fox lijn te zitten met een diameter van 33/00. Prima lijn en kan tegen een stootje. Heeft behoorlijk schuurbestendige eigenschappen en je kunt er goed mee werpen.

Ik vis met een unleaded leader van ongeveer 80 centimeter (Solar en Fox). Daarover met schuivend lood van 80 gram gemiddeld. Dan een onderlijn die uit twee delen bestaat en aan elkaar zijn geknoopt middels een ringetje. Het langere stuk bestaat uit 25 lb Armabraid van PB en het stukje met de haak eraan uit 25 lb Cameleon van PB. De haken die ik gebruik kunnen verschillen maar meestal vis ik met Korda Kurv Shank maat 4 en de Wide Gape maat 6. De beetmelders die ik gebruik zijn de oude Fox Microns Digital met verschillende kleuren leds. Bewuste keuze zodat ik van elke hengel weet waar die ligt en wat de omstandigheden zijn. Bijvoorbeeld vis ik altijd met de rode led als ik tegen obstakels vis. Geeft de beetmelder een piep en zie ik het rode ledje branden, dan weet ik dat ik rap de hengel van de steunen moet pakken om het pleit in mijn voordeel te beslechten. Ik gebruikte voorheen wel de beetmelders van JRC (die met zonnecellen). Die bevielen me wel goed voor het bootvissen. Alleen de bevestiging op de bout was zwak. Die heb ik zelf gemoderniseerd. Uiteindelijk waren de accuutjes op en dan kun je die beetmelders ook in de vuilnisvat gooien. Daarvoor gebruikte ik met name de Delkims TXI’s. Jaren mee gevist en veel profijt van gehad. Maar dat was vanaf de kant vissen. Voor de bootvisserij zijn ze niet geschikt en heb je beetmelders nodig die met wieltjes werken in plaats van vibratie, wil je niet continu valse piepen krijgen. Overigens moet je de beetmelders wel helemaal zelf in kunnen stellen qua gevoeligheid. Voor de rest is het niet zo spannend. Een Avid stretcher, slaapzak is van Armo en de rodpods zijn van Fox. Al met al een verzameling merken.

Tegen de klok van tienen word mijn aandacht getrokken. In de verte is een auto gestopt en komt er van die harde house uit de speakers. Ook hoor ik een paar mafkezen schreeuwen. Lijkt meer of ze uit een bepaalde dagbesteding komen. Komt geen normaal geluid uit die kelen. Ik vermoed dat de heren of aan de pillen hebben gezeten of flink in de auto hebben zitten blowen. Hoe het ook zij, het verstoord de rust. Na een kwartiertje zijn ze het blauwbekken beu en trekken de deuren dicht en hoor ik gelukkig weinig meer van de herrie. Mafkezen!

De bewolking is weggetrokken en een volledige sterrenhemel is zichtbaar. Ook de maan doet zich gelden. Hoewel die nog maar tussen half en driekwart zit, zet die de hele omgeving in het licht. Nadeel is wel weer dat het de luchttemperatuur doet dalen en dat het wateroppervlak doet verdampen. Dat zorgt ervoor dat het net lijkt of er sprake is van dikke mist. Zou de wind een rol spelen, dan zou die het wel wegblazen, maar aangezien het behoorlijk fris is geworden (beneden de 10 graden), blijft de damp hangen.

Ik besluit om maar vroeg de slaapzak in te schuiven. Maar voordat ik echt in een diepe slaap kan vallen, krijg ik een fluiter op de rechter hengel. Na de aanslag heb ik direct contact met de karper. Omdat het potdicht zit met mist, moet ik op basis van mijn zintuigen een beetje inschatten waar de karper zit en wat die doet. Gelukkig voor mij zwemt ie het wijd op en duikt niet de rieten in. Het voelt wel lekker en af en toe tikt de slip. Ik voel wel een soort van loom zwemmen al gaat het wel in een behoorlijk tempo. Als de karper de boot passeert, leg ik de hengel plat en probeer de karper meer in mijn richting te trekken. Dat lukt en niet veel later heb ik hem onder de hengeltop. Daar begint dan het spelletje van geven en nemen. Het blijft goed aanvoelen en de slip tikt bij tijd en wijle naar hartenlust. Ik vind het prachtig. Ondanks dat het knap koud is, voel ik mij opperbest. De karper blijft diep en naar gelang de tijd vordert, ontstaan er steeds meer kolken aan de oppervlakte ten teken dat de puf bij de vis eruit begint te raken. Na zo’n 6 minuten vanaf de aanslag, geeft de karper zich gewonnen en kan ik de karper boven het schepnet trekken. De eerste poging is meteen goed.

Op de onthaakmat zie ik in het groene licht van de RidgeMonkey hoofdlamp een schubkarper. De haak zit perfect achter de lip en is met een beetje beleid wel makkelijk los te maken. De schub is 84 centimeter lang en 21 pond en 3 ons zwaar. Ik ben in mijn nopjes. Aangezien ik toch een mooie foto wil van deze boezemschub, besluit ik toch om de vis in een retainer te bewaren tot de ochtend. Daarna de haak vervangen op de onderlijnmontage, en met een PVAkous met daarin 1 hele en 4 verkruimelde boilies, het hele zaakje weer naar de plek geslingerd waar de aanbeet vandaan kwam. Het voeren van enkele losse bollen is best lastig omdat je op basis van het geluid moet bepalen of de bollen wel op de juiste plek terecht komen. Ik wil wel wat losse boilies rond het haakaas hebben liggen zodat de vissen niet ver hoeven te zwemmen om tegen de lamp te lopen.

IMG_3113

De hele nacht blijft het stil en ik kan lekker een paar uren maffen. Dat lukt altijd wel in de frisse buitenlucht. Om kwart voor acht krijg ik een zakker op de middelste hengel. Na 20 seconden lost de vis van de haak. Balen. Gauw alles weer in orde maken en inwerpen naar de bekende plek. Net voor half negen een fluiter om de linker hengel. Na de aanslag gaat de hengel behoorlijk krom en ik voel natuurlijk dat er een aardig formaat karper aan de haak hangt. Helaas blijk ik de slip wat te strak afgesteld te hebben. De hengel staat in een flinke hoepel en ik wil de slip wat losser zetten. Nog voordat ik daarvoor de kans krijg, schiet de haak uit de bek. Er volgen een paar vloekwoorden. Twee vissen gelost in driekwartier tijd. Hoe krijg ik het voor elkaar? Een losser kan altijd gebeuren maar de laatste is toch echt m’n eigen schuld. Had ik maar… Ook nu weer de onderlijn vervangen en hopen op een herkansing.

De uren tikken voorbij en ik vermaak me wat met krentenbollen en koffie. Ik concludeer dat het voeren met een mix van formaten en vissen met 24 millimeter boilies wel zorgt voor de grotere vissen, maar ik vermoed ook dat ik de laatste avond voor deze vissessie teveel heb gevoerd waardoor het aantal aanbeten wat tegenvalt. Zat ik de vorige keren te klagen naast over de flink aantal aanbeten en vooral over het formaat, nu heb ik de neiging te vinden dat ik te weinig aanbeten heb gehad. Hoe het ook zij, de volgende voerbeurten zullen minder qua hoeveelheid moeten.

Komende week kan ik niet karpervissen. Mij is gevraagd om een dagje te gidsen met het landelijk bestuur van de Snoek Studiegroep Nederland België. Hoewel mijn hoofd niet klaar is om te switchen naar snoekvissen, zal ik mijn toezegging wel waar moeten maken. De week daarna maar eens weer zien of de temperaturen het toelaten om nog steeds de karpers het leven zuur te maken. Zorg voor later.