Afgelopen dagen weer twee keer gevoerd met één dag tussenpozen. Die dag had ik andere verplichtingen en gezien de resultaten tot nu toe denk ik dat de voerhoeveelheden net goed zijn om de vissen te laten blijven zoeken. Dus een dagje overslaan lijkt me geen probleem.
Eergisteren kreeg ik een app van Roeland. Die bevatte de tekst dat twee mannen met een kleine Linderboot op mijn voerstek waren wezen vissen en een mooie spiegel hadden gevangen van 18 pond. Volgens hem kwamen de mannen uit de Flevopolder alleen spraken ze met een Drents/Twents accent. Volgens Roeland waren de beide vissers opzoek naar kantstekken om in de toekomst van daaruit verschillende plekken te bevissen. Het is wat. Ga je een water verkennen en kom je onbedoeld op een voerstek van een ander terecht. Vang je meteen een mooie spiegel en denk je de gouden stek ontdekt te hebben. Ik word er in ieder geval niet blij van. Als ik ze binnenkort tegenkom, viagra zal ik hen even wijzer maken over hoe we hier met elkaar omgaan. Ik heb geen moeite met concurrenten. Alleen moeten die uit mijn directe omgeving blijven en zeker niet mijn zorgvuldig opgebouwde voerstekken afromen.
Tegen vieren rij ik de straat uit richting de trailerhelling. Daar ben ik de enige en niet veel later onderweg naar de stek. Het is redelijk weer en met zestien graden best wel te doen. Op de stek aangekomen, heb ik de steekstokken vlot in de bodem en de boot vastgelegd. Toch ben ik tijdens het in orde maken van mijn hengels niet helemaal content met de positie en kies ervoor de boot een stukje op te schuiven. Na een paar minuten gehannes is dat ook klaar en kan ik de drie hengels uitvaren. De eerste twee liggen vrij vlot op de geijkte plekken maar voordat ik nummer drie kan uitvaren, sick belt vrouwlief die even haar verhaal over haar eerste werkdag na haar vakantie kwijt moet. Mij maakt het niet zoveel uit. Een half uurtje eerder of later hoeft geen probleem te zijn. Tegen zessen kan ik de derde hengel ook positioneren en is het tijd voor de warme maaltijd.
Tegen half acht zit ik wat met mijn telefoon te klooien als ik plotseling een slip hoor lopen. De middelste hengel staat doorgebogen en de spoel gaat in de overdrive. Shit! Ik ben vergeten de beetmelders aan te zetten. Een seconde later sta ik met een kromme hengel in mijn handen. De karper probeert eerst om de rietkraag te bereiken, maar gelukkig kan ik hem keren en daarna koerst ie naar links. Na een meter of vijftien voel ik de lijn vastlopen en direct daarna weer losschieten. Kost mij wel twee overslaande hartslagen maar dat mag verder de pret niet drukken.
De karper blijft naar links koersen en ik kan zonder veel moeite de hengel onder de linker hengel door steken. Het verloopt allemaal erg soepel. Als de vis ter hoogte van de punt van de boot is, wil ie terugzwemmen. Dat vind ik geen goed idee en probeer door tegendruk te geven de vis van gedachten te laten veranderen. Dat lukt. Even later heb ik de vis aan de zijkant van de boot en bijna schepklaar. In het nog steeds heldere water zie ik met een kleine spiegel van doen te hebben. Maakt niet uit: een karper is een karper.
Een halve minuut later ligt de kleine spiegel op de mat. Prachtig goudgeel van kleur en even neem ik de tijd om de vis te bewonderen. Daarna de haak verwijderen (weer perfect gehaakt), meten en wegen en op de foto voor het archief. Snel terugzetten en in het logboek noteren: spiegelkarper 66 centimeter en 18 pond en 2 ons. Zo, de kop is eraf.
Tot mijn verbazing is de volledige onderlijn intact en is de haak nog steeds scherp. De voorslag daarentegen heeft over een lengte van twee meter wel wat beschadigingen. Kwestie van afknippen en de boel opnieuw knopen. Afgelopen jaar en ook de laatste keren viel mij op dat de voorslag altijd net boven het lood zwaar beschadigde of ik nu wel of geen aanbeet op die hengel kreeg. Ik zit op stenen en mosselen te vissen dus de lijn bij het lood krijgt het meeste te verduren. Het zou me niet verbazen dat de lijnbreuken afgelopen jaar mede daardoor zijn gekomen. Om dat stuk voorslag te beschermen, heb ik nu een stuk van zo’n veertig centimeter tungstentube van Fox gemonteerd. Dat spul heb ik al tien jaar geleden gekocht en nooit gebruikt. En dat komt dus nu van pas. Ik heb het als proef op de middelste en rechter hengel gemonteerd. Op de linker hengel experimenteer ik met een zestig centimeter lijn van Unleaded van Solar waar ik ook een deel van mijn onderlijn knoop. Tot nu toe laat me dat niet in de steek.
Rond half negen komt Roeland buurten en een kop koffie bietsen. Hij heeft een paar potentiële stekken verderop verkend en is een stuk wijzer geworden (qua bodemgesteldheid). We kletsen wat bij over de karpers en hun grillen en filosoferen wat over het trekgedrag. Tegen kwart voor tien vertrekt hij en na tienen is ook de laatste snoekbaarsvisser van het water. Ik heb het water voor mij alleen.
Terwijl ik daarna met een kop koffie het water in de gaten hou, zie ik een karper springen net naast de rietkraag waar ik met mijn linker hengel voorlig. Geen grote vis, maar dat maakt mij niet uit. Het doet de motivatie goed al weet ik uit ervaring dat het ook helemaal niets te betekenen kan hebben. Ik heb eerder meegemaakt dat is soortgelijke omstandigheden en waarnemingen de wakers nog uren stil bleven hangen en dat ik met nul komma nul actie naar huis kon varen. Maar het feit dat ik al vroeg in de avond een karper heb gevangen, betekent vaak dat of in de loop van de nacht of in de ochtend zich nog een karper gaat melden. Daar houd ik mij dan maar aan vast.
Tegen half één hoor ik door het kanaal en zeilboot aankomen met drie jonge kerels er in. Aan hun stemmen te horen zijn ze zoekende naar iets. Half om half hoop ik dat ze doorvaren, de betonning volgen. Helaas komen ze de bocht om varen zonder licht. Omdat ze totaal hun oriëntatie kwijt zijn, blijven ze de kant volgen naar wat eentje naar zijn maten roept:”…naar het eilandje…”. Er ligt een eind verderop wel een soort van eiland maar daar kun je niet aanmeren. Omdat ze dus de kant blijven volgen kan ik wel bevroeden dat ze over alle drie mijn plekken zullen varen. En als karpers ergens een hekel aan hebben, is dat op een meter boven hun hoofd midden het donker een boot komt racen. Ik doe mijn toplicht aan en brul in de stilte van de nacht dat ze naar links moeten varen om mij heen en dat ze recht op vislijnen afvaren. Tot mijn stomme verbazing en nog meer tot mijn grote ergernis, reageren ze niet op mijn roepen en blijven gewoon de kant volgen. Ik kan nog net mijn hengels half onderwater steken om erger te voorkomen. Tegelijkertijd scheld ik hen de huid vol. En nog steeds krijg ik geen reactie. De omliggende dorpen hebben ongetwijfeld mijn scheldkanonnade kunnen volgen. Normaliter ga ik niet zo tekeer, maar door alle ellende en gedonder van afgelopen sessies, ga ik dit keer los.
De mafkezen varen gewoon door en negeren mij volkomen. Wellicht is dat wel zo slim van hen en zijn ze wel geschrokken dat ik zo uit mijn plaat tegenover hen ga. Ik heb even overwogen om ze in de loop van de nacht met een bezoekje te vereren, maar het zou alleen maar kunnen escaleren. En zoals de andere keren neem ik maar gewoon mijn verlies, hoewel ik daar echt wel de nodige moeite mee heb. Ik steek een hoop tijd, energie en geld in deze visserij en het levert ook een hoop ergernis op. Zo erg zelfs dat ik toch maar overweeg een andere stek te zoeken waar ik veel minder met toeristen, recreanten, huurders en andere watergebruikers tegenkom. Dat wordt nog een lastige klus omdat de hele Friese Boezem één grote recreatieplas dreigt te worden. Geen plek, vaart, kanaal of baai is meer veilig. Het is wel iets dat ik serieus overweeg. Of deze stek blijft produceren of niet.
Ik slaap een onrustige nacht. Bij het eerste licht ben ik weer actief en scan het water op tekenen van karper. Enige activiteit komt van meerkoeten en futen. Als ik tegen zessen nog wat wil maffen, word ik al na een paar minuten getrakteerd op een paar piepen op de linker hengel. Inderdaad een meerkoet heeft mijn aas gevonden. Ach, het zal wel. En trouwens, net na half acht flikt ie het weer.
Rond de klok van negenen kan ik mijn ogen definitief openhouden. Tijd voor een ontbijt en nog even het water scannen. Ik zit nog in dubio om nog een paar uurtjes door te vissen of al in te pakken. De nachtelijke stekverstoring door de zeilboot heeft ertoe geleid dat de karpers de vinnen hebben genomen. Er is natuurlijk altijd een kans dat er een paar nieuwe vissen de stek bezoeken. Aangezien er aan de einde van de ochtend regenbuien zijn voorspeld, kies ik voor optie twee. Tegen tien uur heb ik mijn spullen opgeruimd en koers richting de trailerhelling. En natuurlijk heb ik de stek weer van het nodige voer voorzien. Ondanks alles heb ik de hoop dat de omstandigheden in mijn voordeel zullen uitvallen. Misschien wel tegen beter weten in.


