Na afloop van de vorige sessie toch een kilootje boilies verspreid gevoerd. De karpers zijn dan wel nog niet echt ‘los’, maar ik wil de zaak wel aan de gang houden. De twee dagen erna voer ik ook, al ging dat niet zoals ik in gedachten had. Op dag twee stond de wind op de kant en lieten de elastieken van de katapult me meerdere keren in de steek. Normaliter heb ik altijd een reserve katapult bij me, maar deze keer niet. En dan zul je zien dat je die juist nodig hebt. Gevolg was wel dat ik niet echt verspreid heb kunnen voeren en dat het merendeel van de bollen in de eigen oeverzone terecht is gekomen. Dag 3 ging het een stuk beter al kon ik niet helemaal doen wat ik voor ogen had.
Het is vandaag prachtig weer. Nog voor het einde van de ochtend ben ik op tijd bij de trailerhelling. Snel de boot erin en de auto met trailer wegzetten. Ik besluit om rustig naar de stek te varen en te genieten van de omgeving. Door de aangename luchttemperatuur (17 graden) zijn ook alle vogels razend actief. Overal zie ik roofvogels vanuit de lucht de grond afspeuren en zie ik weidevogels de lucht doorklieven. Halverwege de tocht zie ik vanuit mijn ooghoeken een ree achter de rietkraag staan. Het beest ziet mij ook en kijkt me quasi nonchalant aan. Meestal zet een ree het op een lopen, maar nu blijft het staan. Ik kijk terug totdat ik hem of haar uit het oog verlies. Inwendig baal ik dat ik mijn fotocamera niet bij de hand heb. Vorige week zei ik nog tegen Annette dat ik dit meer zou moeten doen omdat ik vaak oog in oog met reeën kom te staan. Dan kan ik proberen om ze goed op de foto te zetten. En zoveel kansen krijg ik niet.
Na een uurtje varen kom ik op de stek aan en een half uurtje later heb ik de 3 hengels in te liggen. Ik heb niets aan de onderlijnmontages veranderd ten opzichte van de laatste sessies. Ik vang op mijn montages en ondanks het feit dat ik de laatste 2 karpers in de mondhoeken heb gehaakt, beschouw ik dat als een incident. Voorts vis ik met 2 hengels met showmans en eentje met een lichtere boilie op de haar dan de voerboilies. Ik ben benieuwd wat deze sessie gaat brengen.
Als ik geïnstalleerd zit, laat ik vooralsnog de kap naar beneden. Zoals eerder opgemerkt, is het prachtig weer. Bij aankomst is de watertemperatuur 12,4 graden en is het windstil. De zon staat lekker op het water te branden. Na een uur of wat trekt de wind aan vanuit het noordoosten. De voorspellingen waren dat de windrichting vanuit oost zou zijn. Voorspellen is ook een vak. Gevolg is wel dat het verwarmde wateroppervlakte zich gaat mengen met de koudere onderlaag. Dat is wel gunstig lijkt me.
Na een uur of wat controleer ik de watertemperatuur nog eens. Ik zit op de kant waar de wind opstaat. En inderdaad, de wind heeft ervoor gezorgd dat de watertemperatuur 2 graden is gestegen naar 14,6 graden. Dat gaat dus sneller dan ik had verwacht. Dat moet uiteraard invloed hebben op de aanwezige karpers. Maar in welke mate? Dat is me niet duidelijk. Stijgende watertemperaturen zorgt ervoor dat het immuunsysteem van de vissen gaat werken en dat de stofwisseling in een hogere versnelling komt. Dat betekent weer dat de karpers opzoek gaan naar wat eetbaars. En laat ik de tafel gedekt hebben! Vraag is of ze de tafel kunnen vinden. Ik heb bij aanvang heel matig rond het haakaas gevoerd. Ik wil voorzichtig beginnen. Aanvullen kan altijd nog.
De gehele middag zit ik relaxed op mijn stoeltje van de omgeving te genieten. De natuur is volledig tot leven gekomen. En ja, sinds gisteren zijn ook de zwaluwen gearriveerd. Het zijn er niet veel maar zijn onmiskenbaar te horen. En dan te denken dat die beestjes helemaal uit Afrika naar hiertoe zijn komen vliegen. Duizenden kilometers. Knap hoor. En alleen maar om zich hier voort te kunnen planten.
Alle weidevogels in mijn omgeving zijn ontzettend actief. Koppeltjes eenden, ganzen, kieviten, schooleksters, wulpen en de eenzame veldleeuwerik zijn allemaal te horen en te zien. Zelfs een koppel zwanen komen even buurten al blijven op gerede afstand. Ik vind het allemaal prachtig. Geen verplichtingen en geen gezeur aan je hoofd. Just me and nature. Hoewel ik het soms maar moeilijk besef, ben ik toch maar gezegend om dit allemaal te ervaren. Veel mensen kennen dit geluk niet en hebben andere belangrijkere dingen aan hun hoofd. Vul dat zelf maar in…

Aan het begin van de avond begint het snel af te koelen. Zat ik een paar uren eerder in mijn T-shirt, nu is het rap in de hoody, trui en fleecejas. Met de noordoostenwind zal het knap fris worden. Ik hoop alleen dat het water niet te snel zal afkoelen. Dan is de opbouw van vanmiddag meteen teniet gedaan. Toch verwacht ik dat het mee zal vallen. Anderzijds ben ik stiekem wel een beetje teleurgesteld. Door het prachtige weer hoopte ik in de middag al een aanbeet te mogen verwelkomen. Maar om één of andere redenen, willen de karpers nog niet meewerken. Geduld Wijts, geduld, wijs ik mezelf terecht. Ik heb al wat mooie vissen gevangen. Arjan heeft al heel wat nachten zitten vissen en hij moet nog steeds zijn eerste karper van 2018 vangen. Ook dat gaat vast goed komen.
Net voor half 1 als ik mijn slaapzak in wil schuiven, krijg ik een fluiter op de rechter hengel. In no-time heb ik een kromme hengel in handen. De karper blijft even op afstand hangen en slaat een kolk die ik in het flauwe omgevingslicht nog kan zien. Daarna scheert de karper naar rechts waardoor ik tijd krijg om de overige stokken met de toppen onder water te leggen. Ik kan vervolgens wat lijn opspoelen en wil daarna het schepnet alvast klaar leggen. Ik heb de steel nog net niet in handen of de hengel veert terug. Ik begin meteen als een razende aan de slinger van de molen te draaien, maar na een paar meter lijn opspoelen weet ik genoeg: de karper heeft de haak gelost. Ik vloek hardop. Er is toch niemand die mij hoort. Kan me trouwens ook geen biet schelen. Effe stoom afblazen.
Tien minuten later heb ik de onderlijn vervangen (haak bot) en een nieuwe PVA kous aan de haak gehangen. Vervolgens het hele zaakje naar de rand van de voerplek geslingerd op zo’n 35 meter afstand. Ik voer nog een tiental bollen erom heen en ik ga voor de herkansing.
Als ik de slaapzak in wil kruipen, krijg ik een app van Arjan. Hij heeft de eerste karper van het jaar gevangen en ook nog op de plek waarvan we beide dachten dat het daar wel eens zou kunnen gaan gebeuren. Ik app natuurlijk terug met de nodige felicitaties. Ik krijg geen reactie terug. Ik snap het wel Arjan ligt al genoegzaam in dromenland. Dat ga ik ook doen en niet veel later is bij mij het licht ook uit.
Om kwart voor drie krijg ik een paar piepen op de middelste hengel. Als ik de slaapzak uitschuif en een stap naar de hengel doe, zie ik dat de waker slap onder de hengel hangt en als ik deze uit de steunen wil pakken, vliegt de slinger omhoog en begint de baitrunner te tikken. Verder komt die niet want ik heb de molen een slinger gegeven waardoor de vrijloop stopt en de hengel omhoog gezwiept. Meteen krijg ik een dreun terug en begint de slip een meter of wat nylon lijn af te geven. Ook deze karper scheert naar rechts. Ik voel massieve weerstand maar ook weer niet zoveel dat je meteen knikkende knieën krijgt.
Ik dril voorzichtig. Ik wil geen losser. Ik hou de spanning wel op de lijn maar overdrijf niet. Langzaam kan ik de vis naar de boot trekken en een minuut of wat is de karper een meter of 10 van de boot. Daar ontspint zich het gevecht van geven en nemen. Als de karper een paar keer aan de oppervlakte is verschenen, knip ik de hoofdlamp aan. Het groene licht schijnt op het wateroppervlak en als de karper weer het wateropprevlakte geselt met haar staart, zie ik een karper van rond de 16 pond, althans dat denk ik. Ik doe het rustig aan en laat de karper onder de hengeltop uitrazen. Nadeel van het groene licht is dat je niet goed kunt zien of er nu een schub- of een spiegelkarper aan de haak hangt. Maakt niet uit: karper is karper.
Na 5 minuten geeft de karper de strijd op en kan ik deze boven het schepnet trekken. Net omhoog en de spanning van de hengel afhalen waardoor de karper in het schepnet zakt. Even bal ik de vuist naar niemand in het bijzonder. Na het debacle van een paar uur eerder, liep dit via een spoorboekje. Ik zet de hengel vast tegen de kap en ben nieuwsgierig wat ik in het schepnet heb zitten. Als ik het net naar me toe haal en wat omhoog haal, zie ik een forse spiegelkarper in het net liggen. Tjonge, wat heb ik mij vergist. Niks 16 pond. Ik denk eerder in kilo’s dan in ponden. Met enige verbazing duik ik onder kap om het meetlint en weger te voorschijn te pakken. Daarna de onthaakmat en weegzak nat maken. Voordat ik de karper binnenboord hijs, bedenk ik me om meteen ook de retention sling erbij te pakken. Dat scheelt weer extra handelingen. Twee minuten later heb ik de spiegelkarper van zijn tijdelijke piercing ontdaan, gemeten en gewogen en in de retention sling naast de boot weggehangen. Daarna vervang ik de onderlijnen volg het standaard ritueel dat eindigt met het wat voerboilies rond het haakaas schieten.

Als ik even later weer op de slaapzak zit en de gegevens van de vangst in mijn logboek vastleg, schud ik mijn hoofd om mijn inschattingsfout. Zowel in lengte als in gewicht er flink naast gezeten. Ik ben altijd wat voorzichtig met het schatten van gewichten en dergelijke, maar hier sloeg ik toch flink de plank mis. Ik kijk nogmaals naar de gegevens die ik net in mijn logboek heb neergepend. Spiegelkarper 86 centimeter en 35 pond en 4 ons. Bijna net zo groot als de spiegelkarper van een week of wat terug. Toch is de beschubbing anders. In ieder geval een pleister op de wonde van de verspeelde vis van daarvoor.
Ik lig volledig in coma als net voor 7 uur de middelste hengel een aanbeet registreert. Na de aanslag trekt de karper even flink aan de lijn en tot mijn schrik merk ik dat de slip strakker staat dan ik dacht. Meteen de knop wat losser gezet. Daarna koerst de vis naar rechts en na 10 seconden schiet ook deze karper los. F….g h..l!!! De karper voelde qua weerstand prettig aan om het netjes te zeggen, maar dat nu de haak weer losschiet kan er bij mij niet in. Als ik even later de onderlijn inspecteer, kan ik helemaal niets geks ontdekken. Ik vrees dat de karpers wat meer horizontaal azen waardoor de lengte van de onderlijn ervoor zorgt dat de haak niet in de harde onderlip haakt maar in het zachte scharnierende deel van de bek. Iets teveel druk en de haak schiet dan los. Klinkt erg plausibel maar of dat dit de oorzaak is? Ik heb geen idee. Aansluitend de boel weer in orde gemaakt en op dezelfde plek gedeponeerd.
Binnen het uur loopt de linker hengel af. Eerst zakt de wakker om vervolgens hard tegen de hengel te tikken. Terwijl de vrijloop zijn werk doet, sla ik aan. Meteen moet ik flink lijn opspoelen want de karper heeft heel hard koers gezet richting links naar de losstaande biezen. Ik hou de druk erop om zoveel mogelijk lijn te winnen en de afstand te verkleinen. Toch kan ik niet voorkomen dat de karper de rieten bereikt en vol een opening induikt. Terwijl de lijn muurvast loopt, slaat de karper in het veld een flinke kolk en blijft het daarna stil. Ik trek de tweeponder helemaal krom en probeer beweging te krijgen in het hele zaakje. Helaas voor mij krijg ik een paar centimeter lijn terug maar dat is het dan ook wel. Na een minuut of wat besluit ik dat de karper zich van de haak heeft ontdaan en dat die in het rietstengel vastzit. Ik heb geen bijboot bij me om er heen te varen en rest mij niets anders om de lijn kapot te trekken. Hoewel ik met 33/00 vis, heb ik heel wat kracht nodig om de lijn definitief kapot te trekken. Dat komt ook omdat de lijn meer rek heeft dan ik had gedacht. Uiteindelijk breekt de nylon lijn met een ferme knal. Tegelijkertijd besef ik me dat ik van de 4 aanbeten er 3 ben kwijtgeraakt. Veel slechter kan niet. Ik voel me echt een prutser al weet ik zeker dat ik niet zoveel verkeert heb gedaan. En bij de pakken neer gaan zitten heeft ook weinig zin. Als ik de hengel weer helemaal in orde heb gemaakt en heb ingeworpen, richt ik me op de grote spiegelkarper die nog in de retention sling zit om vereeuwigd te worden op de SD kaarten. Tien minuten later heb ik dat klusje ook geklaard. Hoewel ik erg blij ben met deze vis, blijven de lossers aan mij knagen. Een beetje sacherijnig duik ik nog de slaapzak in en slaap nog 3 uurtjes alvorens definitief wakker te worden.
De gebakken eieren smaken prima. Een beetje zout, knoflook en kerriepoeder doet wonderen voor de smaakpapillen. Ook is mijn gemoed wat rustiger. Als ik de eerste kop koffie van de dag ook achter te kiezen heb, besluit ik om alle hengels in te draaien en alles opnieuw te doen alsof ik nu pas ga starten met de sessie. Aan de eerste twee hengels verander ik niks. Alleen het haakaas vervang ik met uitzondering van de popups. Ik knip wel kleine stukjes ‘huid’ van de popups af om de geurstof opnieuw naar buiten te laten lekken. Dan ‘ruiken’ ze als nieuw. De derde hengel krijgt een nieuwe onderlijn. Ik heb een semi-stijve onderlijn geknoopt “Ronny’ stijl. Ook de haakmaat verhoog ik van 6 naar 5. In plaats van een popup gebruik ik een gewone boilie waarin ik een staafje kurk heb gepropt. Ook geen PVA kous eraan. Wel voer ik meer dan gemiddeld losse bollen van allerlei formaten om het haakaas. Anders dus dan ik voorheen deed. Wellicht krijg ik daardoor een betere aasopname en haak de karper dan sneller in de onderlip in plaats van de vermoedelijke mondhoeken. Ook nu weer geldt dat het in theorie goed klinkt, nu de praktijk nog.

Gedurende de middag trekt de wind aan naar kracht 3. De bewolking neemt toe en af en toe spettert het wat. De luchttemperatuur blijft achter op de voorspellingen en haalt net de 13 graden. De watertemperatuur is gedaald naar 13,4 graden. Een paar uur lang vermaak ik me wat met het fotograferen van de omgeving, vogels en gebruikte materialen. Dat laatste is soms een kunst op zich. Ik heb tijd nodig om bijvoorbeeld de logo’s van mijn Rod Hutchinson schepnetten goed op de plaat te krijgen. Ik ben geen pro dus het kost wat tijd om het gewenste resultaat te bereiken. Geen probleem omdat ik de uren toch moet doen verstrijken. Tegen het einde van de middag trekt de bewolking weg en zit ik weer vol in het zonnetje. Het zit zelfs zo lekker uit de wind dat ik even de luiken sluit en wegdommel.
Na de warme hap zit ik wat over het water te staren. Plotseling komt vanaf het kanaaltje een rubberboot aanvaren met twee jonge gasten erin. Gelukkig houden ze afstand maar varen wel net over mijn rechter hengel heen. Ik ben blij dat ik met toplood vis anders zou ik een klein probleempje kunnen hebben. Ze varen door om na een kleine tien minuten terug te keren. Eén van die snotapen zit met een flesje bier in zijn hand. Hij opent het flesje en tot mijn ergernis gooit hij de dop overboord zo de plomp in. Ik heb direct de neiging om mijn ongenoegen daarover te uiten maar besluit wijzer te zijn en mijn mond te houden. Ik heb nu geen zin in gezeik. Het liefst zou ik die gast met z’n kop onder water houden om de dop terug te zoeken. Maar ja, het is ook zo wat als ie dan stopt met spartelen. Heb je een hoop uit te leggen bij de rechter.
Uurtje later bel ik met Annette om te horen hoe haar dag is verlopen. Terwijl ik geanimeerd door haar op de hoogte wordt gebracht van de dag, zie ik op een afstand van zo’n 25 meter een karper aan de oppervlakte rollen. Een goed teken. Als ik het telefoongesprek met Annette heb beëindigd, blijf ik me focussen op het water. Ondanks dat de wind steeds meer gaat aantrekken richting kracht 4, zie ik 50 meter van mij vandaan nog eens een vis het wateroppervlakte doorbreken. Blijkbaar zijn ze actief door de wind en zon van afgelopen uren. Ik ben blij dat ik wat meer bollen heb gevoerd rond het haakaas. Er valt wat te rapen voor de actieve vissen en ik hoop dat ze snel tot azen overgaan. Ik vermoed wel dat dit pas in de donkere uren gaat plaatsvinden.
Eén minuut voor acht krijg ik een zakker op de rechter hengel waarna daarna de lijn weer wordt strakgetrokken. Voordat de vrijloop lijn afgeeft, heb ik de stok al te pakken en geef een flinke hijs. Ik voel door de kracht van de karper aan de andere kant van de lijn. Die houdt de snelheid aan en koerst naar rechts. Ik hou de lijn goed op spanning en ik weet dat er een mooi exemplaar aan de haak hangt. De karper blijft rustig zwemmen en zet af en toe aan en trekt daarbij wat lijn door de slip, draait daarna om naar links en zet weer aan. Aangezien het nu al een minuut gaande is, stijgt mijn vertrouwen in een goede afloop. Ik kan de karper wat dichter bij de boot krijgen en op een meter of vijftien afstand komt de karper voor het eerst naar boven, slaat een flinke diepe kolk aan de oppervlakte en duikt weer de diepte in. De slipt tikt weer even en hoekt de karper weer de andere kant op. Meteen valt de druk weg. Ik draai nog snel aan de slinger maar weet meteen wat er aan de hand is: de haak is losgeschoten. Voor de netheid zal ik maar niet herhalen wat ik daarna heb geroepen. Tjonge jonge, wat een pech! Vijf aanbeten en 4 kwijt gespeeld. Kan het nog erger?
Terwijl ik onder de kap duik met de onderlijn, denk ik na wat te doen. Stug met deze haken en onderlijn blijven vissen of nu echt een aanpassing doorvoeren? Ik besluit om een andere haak te gaan gebruiken. Ik vervang de Nash Fang maat 6 voor een Korda Kurv Shank maat 4. De lengte van de onderlijn kort ik maar een klein stukje in. Ik ben nog maar net begonnen met knopen of de beetmelder van de middelste hengel geeft geluid. Snel ernaar toe en aanslaan. Hangen! Ik krijg een paar beuken van de karper en die scheert plotseling in sneltreinvaart naar mij toe. Even heb ik een déja vu en denk dat de haak heeft gelost, maar omdat ik snel daarna weer de spanning op de lijn voel toenemen, is mijn schrik onterecht. Onder de top geeft de karper flink partij. Hij wil steeds maar naar rechts de rieten in. Door de hengel horizontaal te houden, kan ik die pogingen makkelijk pareren. En uiteindelijk na een paar minuten kan ik het schepnet onder de karper schuiven. Hè hè, die is binnen. Je zou bijna de moed verliezen.
Ik laat de karper bijkomen in het schepnet waardoor ik de tijd gebruik om de nieuwe onderlijn af te maken en aan de hoofdlijn te koppelen. PVA kous – met halve boilies en verschillende soorten pellets erin – aan de haak en het hele spul naar de plek werpen. Ik voer wat ruimhartiger met boilies rond het haakaas en richt me daarna op de karper in het schepnet. Op de onthaakmat ligt een mooie schub. Donkerbruin met een zweem van goud. Prachtig. De haak zit net boven de mondhoek en muurvast. Ik heb de nodige moeite om de haak fatsoenlijk los te krijgen. Daarna meten en wegen en een tweetal foto’s ter herinnering. Snel zet ik de schubkarper terug en met een ferme staartslag verdwijnt deze in het donkere water. Bijzonder eigenlijk, de vissen lossen bij bosjes en deze had de haak muurvast. Wat een contrast. Desalniettemin besluit ik om de onderlijn ook aan te passen. De risico’s zijn me te groot en ik wil niet hardleers zijn.
Ik knoop een nieuwe onderlijn met een Korda Kurv Shank maat 4 ter vervanging van de Nash Fang maat 6. Voor de duidelijkheid: ik ben fan van deze type haak van Nash. Vlijmscherp en heeft me afgelopen jaren bijna nooit in de steek gelaten. Hoe vreemd is het dat het nu juist op deze haak zo mis kan gaan. Verder verkort ik de onderlijn naar 15 centimeter. Ik wil dat de haak in de onderlip vastgrijpt. Door de kortere onderlijn en een grotere haak waarvan de ruimte tussen steel en haakpunt groter is, verwacht ik dat de over de bodem schuivende karpers beter te haken zijn. Als het haakaas wordt opgepakt en de vis richt zich op, bijvoorbeeld omdat deze een dikke buik heeft, dan zit de haak altijd in de onderlip bij normale onderlijn lengtes (25 – 30 centimeter). Als de karper zich niet op hoeft te richten of niet wil, dan geeft dat meer speling met de onderlijn met als gevolg dat de onderlijn naar de mondhoek verplaatst alvorens te strekken. Dan haak je de karper in het zachtere deel van de bek. Allemaal theorie maar mijns inziens gaat dit wel op in de praktijk.

Tien minuten later ligt de middelste hengel weer in positie en kan ik de vangst van de schubkarper noteren in mijn logboek: 71 centimeter en 14 pond en 3 ons. Daarna schenk ik me een klein glaasje Rosé in om te vieren dat de ban is gebroken. Nou ja, dat hoop ik dan maar. Elk moment in je leven moet je vieren zeggen de positivo’s, dus dat volg ik maar even voor dit moment. Ik ben benieuwd wat de sessie nog verder in petto heeft.
Net tegen twaalven krijg ik een piep op de linker hengel. Als ik onder kap vandaan kom, zie ik dat de swinger bijna tegen de hengel aan zit. Ik voel aan de lijn en die staat redelijk strak. Om er zeker van te zijn dat het geen onderstroming is, trek ik wat lijn van de spoel om te zien wat er gebeurd. Meteen beweegt de slinger naar boven. Ik doe nogmaals het trucje en wederom hetzelfde resultaat. Hengel van de steunen en een haal met de hengel naar achteren. Ik voel daarna weerstand maar of dat dit komt doordat ik heel wat meters lijn van de bodem moet liften of dat een vis aan de haak hangt, kan ik maar moeilijk beoordelen. Ik kan ook meteen beginnen met lijn opspoelen. Vreemd, ik voel ook geen rukken op de hengel. Brasem? Waarschijnlijk wel. Ik kan maar lijn opspoelen en dat gaat plotseling nog makkelijker totdat ik het lood met onderlijn over het wateroppervlak hoor aankomen zeilen. Die brasem is er dus af. Scheelt weer vieze handen. Inspectie van de haak leert dat deze bot is. Ik concludeer dat inderdaad een brasem de wazige aanbeet veroorzaakte en van de haak is gewipt. Ik kan de haak wat bijslijpen en een nieuwe PVA kous met inhoud aan de haak hangen. Met een ferme zwiep ligt het hele zaakje weer op de aangewezen plek. Daarna schuif ik de slaapzak in en droom de dingen die we allemaal doen.
Net na kwart voor 6 krijg ik een zakker en daarna straktrekken op de middelste hengel. Om één of ander redenen kan ik maar moeilijk uit de slaapzak komen. Niet dat de rits niet open wil maar blijkbaar lag ik dieper in slaap dan ik normaal doe. Het geeft de karper in ieder geval om al in de aanbeet op stoom te komen. Na de aanslag scheert de vis naar links het wijd op. Daar kan het geen kwaad. Ik voel felle uitvallen. Daarna kan ik de karper gemakkelijk naar de boot sturen en vindt het uiteindelijke gevecht onder de top plaats. Juist die wilde uitvallen geven mij het beeld dat er een kleine spiegelkarper aan de haak hangt. Door de jaren heen veel kleine spiegels vangen heeft dat beeld gecreëerd. En als de karper voor het eerst het wateroppervlak doorbreekt, blijkt dat ik inderdaad gelijk heb. Na de spiegel een minuut of 5 te hebben uit laten razen, kan ik het schepnet ter hand nemen en de spiegel erboven trekken. Gelukkig die is binnen.

Op de onthaakmat constateer ik dat de haak perfect in de onderlip zit en dat de haak ook echt goed vastzit. Die zou dus niet los zijn gekomen. De verkorte onderlijn blijkt te werken. Na het meet- en weegwerk en een paar foto’s zet ik de vis weer netjes terug. In mijn logboek leg ik de gegevens rond de vangst vast inclusief de details van de onderlijn, haak ect. De spiegel is 62 centimeter lang en 13 pond en 1 ons zwaar.
Na de vangst kruip ik toch maar weer de slaapzak in terwijl een kop koffie ook wel verleidelijk is. Ik kies toch voor het eerste. Ik verwacht ook nog een verlate aanbeet. Die blijft helaas uit waardoor ik nog een paar uurtjes heerlijk kan maffen. Wat heet, het is al half 11 als ik definitief mijn oogluiken open. Een flauw zonnetje staat alweer te branden maar de temperatuur voelt wel fris aan. De noordoostenwind is wat aangetrokken en zal daar wellicht debet aan zijn. De gebakken eieren en de eerste kop koffie van de dag smaken prima. Ik zit het daarna nog een uurtje uit en pak daarna in. Ik heb vanmiddag nog andere verplichtingen en wil niet te laat thuis zijn. Ik moet nog een uurtje varen en voordat ik definitief thuis ben is het zo anderhalf uur verder.
Als ik de steekstokken uit de bodem heb getrokken, vaar ik nog globaal over de stek heen. Ondertussen voer ik her en der wat handjes boilies, in totaal zo’n anderhalf tot twee kilo. Dat moet de komende 24 uren de karpers bezighouden alvorens ik hier weer ga vissen. Op de terugweg evalueer ik deze vissessie. Ik heb helaas een aantal mooie vissen gelost. Waarschijnlijk is het aasgedrag en de lengte van de onderlijn de boosdoener. Ik heb mijn logboek doorgebladerd en gekeken of ik vaker ‘last’ van dit verschijnsel heb gehad. Helaas heb ik daar geen eerdere ervaringen mee en is deze vissessie toch echt een grote uitzondering. Feit is dat ik af moet stappen van mijn oude vertrouwde onderlijnmontages met dien verstande dat het de lengte van de onderlijn aanpassen de eerste stap is. De haaktype en grootte is van minder belang. Maar ook dat zal zich moeten bewijzen. De volgende vissessie zal dit moeten aantonen of dit ook daadwerkelijk een verschil gaat maken. Voorts moet ik blij zijn met de grote spiegel. Die liggen niet voor het oprapen en ik moet me niet blijven focussen op de dingen die misgaan. Deze karper kwam wel in het net en maakte dat de druiven wat minder zuur smaken dan ze zijn. Tel je zegeningen.
